Persbericht: Voorkom systeeminfarct wonen en zorg ouderen

Nu doorpakken om systeeminfarct voor wonen en zorg voor
ouderen in Brabant te voorkomen!

(Persbericht 25 juni 2018)

De drie Brabantse seniorenverenigingen KBO-Brabant, PVGE en PCOB voorzien een  ‘systeeminfarct’ in wonen en zorg voor senioren als er niet snel de nodige actie wordt ondernomen. Vrijdag 22 juni jl. stuurden zij een brandbrief én actieplan aan de provincie Noord-Brabant, minister De Jonge en staatssecretaris Blokhuis (VWS), de Tweede Kamer, Brabantse gemeenten en de koepels van woningcorporaties en zorginstellingen.

Door het verdwijnen van verzorgingshuizen, de kanteling in de hulpverleningsfilosofie,
aanscherping van indicatiecriteria voor verpleeghuizen, de behoefte aan vraaggerichte zorg, toenemende vergrijzing en de toename in zorggebruik mede door chronische aandoeningen zoals dementie, dreigt een systeeminfarct dat de georganiseerde ouderen in Noord-Brabant hoe dan ook willen voorkomen. Het aantal senioren én hun gemiddelde leeftijd nemen toe, schrijven de bonden in de brandbrief. Zeker in Brabant, een van de meest vergrijzende provincies. Zo stijgt het aantal dementerenden in Brabant van 34.000 in 2015 naar bijna 61.000 in 2030. Zeventig procent van hen woont thuis en dat loopt op tot tachtig procent, zo is de verwachting. De vraag naar zorg aan huis stijgt daarmee ook, maar er is niet genoeg personeel. Dat tekort zal alleen maar groter worden, met als gevolg meer druk op mantelzorgers, zorgwerkers en hulpdiensten.

Noord-Brabant heeft van oudsher een sterk coöperatief karakter, hetgeen blijkt uit het
grootste aantal zorgcoöperaties maar ook uit de hoogste organisatiegraad van senioren in Nederland. Bijna de helft van alle zorgcoöperaties bevindt zich in Noord-Brabant en maar liefst een op de drie 65-plussers is er lid van een seniorenvereniging.
Uit onderzoek blijkt dat ouderen hun (toekomstige) woon/zorg-probleem liefst voor zich uit schuiven, maar – eenmaal daartoe uitgedaagd – overwegend een sterke voorkeur uitspreken voor zelfstandig maar beschermd oud worden in eigen wijk of dorp: geclusterd wonen met de mogelijkheid van aanvullende en flexibel opschaalbare zorg thuis.
De drie verenigingen vinden dat ouderen ook zélf kunnen bijdragen aan een oplossing van dit probleem. “Willen we een systeeminfarct voorkomen en betere en betaalbare ouderenzorg bereiken, dan moet ouderenzorg vooral weer een zorg worden van de ouderen zelf maar wel op een gezamenlijke en verantwoorde wijze. Samenredzaamheid is hier het devies”, zo stellen de voorzitters van de seniorenverenigingen Leo Bisschops (KBO-Brabant), Mari Vervaart (PVGE) en Cees Sprong (PCOB). Maar daarbij is ook hulp van de overheid, woningcorporaties en zorginstellingen nodig.

Concreet stellen de verenigingen voor om in elke Brabantse gemeente een ‘kernteam’ samen te stellen waarin vier kernpartners – lokale seniorenverenigingen,  woningcorporaties, zorginstellingen en gemeente – samenwerken bij de ontwikkeling van woonvormen die het gat vullen tussen zelfstandig wonen en verpleeghuis. Om die teams op gang te helpen zou de Provincie vier jaar lang een overkoepelend provinciaal transitiebureau moeten financieren. Dat vergt zes miljoen euro, uitgesmeerd over vier jaar.

De seniorenverenigingen denken dat de oplossing ligt in het vormen van ‘clusters’ van
seniorenwoningen met zorgvoorzieningen die opschaalbaar zijn als de behoefte toeneemt. Om dát mogelijk te maken zou de Rijksoverheid, bij wijze van proef, de schotten moeten doorbreken tussen de drie wetten waaruit zorg voor ouderen nu wordt betaald. Dat zijn de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Wmo financiert huishoudelijke hulp, dagbesteding en hulpmiddelen voor thuiswonenden zoals rolstoel of traplift. Thuiszorg loopt via de Zvw en verpleeghuiszorg of volledig pakket thuis valt onder de Wlz.

De drie seniorenverenigingen vragen de Provincie nadrukkelijk om de urgentie van het
woon/zorgprobleem te onderkennen en mee te helpen om van Brabant een provincie te
maken waarin vergrijzing en ontgroening als een uitdaging tegemoet worden getreden. Maar ook het Ministerie van VWS wordt gevraagd de gemeenschappelijke ambities in de vorm van eigentijdse, ouderenvriendelijke woon-/zorginitiatieven te helpen realiseren in Noord-Brabant.

Bijlagen:
1. Brief aan College Gedeputeerde Staten Noord-Brabant d.d. 22 juni 2018
2. Notitie Wonen en zorg voor ouderen in Noord-Brabant: nu doorpakken!

 

Zorg voor ouderen in beeld; overgrote deel ouderen woont thuis

Het merendeel van de ouderen heeft weinig zorg nodig. Slechts een klein deel heeft veel zorg nodig. Twintig procent van de ouderen gebruikt tachtig procent van de zorguitgaven voor ouderen. Dat blijkt uit de eerste Monitor zorg voor ouderen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De meeste 65-jarigen zijn vitaal en gebruiken nauwelijks meer zorg dan de gemiddelde Nederlander. Maar de gemiddelde zorgkosten stijgen sterk met de leeftijd. Voor 85-plussers liggen de gemiddelde kosten vier keer hoger dan de kosten voor mensen tussen 65 en 75 jaar. 48% van de totale zorguitgaven gaan naar ouderen.

De aard van de zorg verandert. Meer dan de helft van de ouderen maakt gebruik van ziekenhuiszorg. Dan gaat het vaak om intensieve behandelingen. Deze vormt een belangrijk deel van de uitgaven. Bij ouderen tot 75 jaar is ziekenhuiszorg ongeveer 33% procent van de kosten. Met de leeftijd neemt het gebruik van ziekenhuiszorg af en de wijkverpleging en langdurige zorg toe. Boven de 75 jaar zijn dit de belangrijkste zorgvormen. Voor ouderen boven de 85 zijn de kosten voor wijkverpleging en langdurige zorg bijna 75% van het totaal voor deze leeftijdsgroep.

Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis. Ook van de 85-plussers woont zeventig procent nog thuis, vaak met ondersteuning van wijkverpleging. Zes procent van de ouderen woont in een verpleeghuis. Het gaat om 189.000 mensen. Veertig procent van de uitgaven aan zorg voor ouderen gaat naar deze groep. Sinds 2012 is het aantal mensen in een verpleeghuis gedaald, maar de bewoners hebben gemiddeld wel zwaardere zorg

Dit is de eerste monitor die de NZa uitbrengt over de ouderenzorg. Wij brengen het totale zorggebruik in kaart voor alle verzekerden boven de 65 jaar. Het gaat om zorg die betaald wordt uit de zorgverzekeringswet, wet langdurige zorg en de wet maatschappelijke ondersteuning. De zorg voor ouderen staat erg in de belangstelling. Er zijn veel initiatieven om de afstemming van zorg voor ouderen die thuis wonen te verbeteren. Zo heeft de Minister van VWS kort geleden een ‘pact voor de ouderenzorg’ aangekondigd. De gegevens van onze monitor kunnen worden ingezet bij veel actuele vraagstukken. We zullen de komende tijd vervolgonderzoeken doen naar de zorg voor ouderen.

Meer zorg voor minder geld? Laat maar zitten, zegt de zorgverzekeraar

Van de auteur Eelke van Ark kregen we toestemming het onderstaande artikel in zijn geheerl over te nemen. Eelke van Ark is een van de auteurs van de site Follow the Money. Onderstaande verhaal kunt u daarom ook hier lezen.


Meer behandelingen voor minder geld, is dat niet de droom van alle zorgverzekeraars? Blijkbaar niet: GGZ-instelling Momentum liet Follow the Money meekijken in haar moeizame pogingen om een deugdelijk contract te bemachtigen. Twee van de Grote Vier waren niet bereid om zelfs maar over het scherp geprijsde aanbod in onderhandeling te gaan.

‘U wilt mogelijk minder betaald krijgen dan ons standaardtarief?’, hoorde bestuurslid Johan Linssen van GGZ Momentum een verbouwereerde medewerker van Achmea’s zorgverzekering Zilveren Kruis stamelen door de telefoon. ‘Ja’, was zijn antwoord, Momentum kon eventueel goedkoper leveren dan de zorgverzekeraar alvast had ingevuld. Nog meer verwarring bij de dame van Zilveren Kruis: ‘Waarom? Volgens mij begrijpt u het niet. Stuur anders maar een mail als u vragen heeft.’

Linssen, pas ongeveer een jaar lid van de raad van bestuur van de specialistische GGZ-instelling, was zelf niet minder verbijsterd. ‘Het komt er letterlijk op neer dat minstens twee grote zorgverzekeraars met wie we een contract probeerden af te sluiten dit jaar weigerden om ons meer patiënten te laten helpen voor minder geld. Het is bizar. Ik heb er geen ander woord voor.’

Follow the Money werd uitgenodigd om de contractonderhandelingen van Momentum dit jaar van achter de schermen te bekijken. Het levert een ontmoedigend inkijkje op in het proces van zorginkoop door verzekeraars. Regels die de plank mis lijken te slaan, blijven nog altijd regels, en de computer zegt regelmatig ‘nee’.

‘Het ergste is: over welke kwaliteit we leveren, heeft helemaal niemand het tijdens de contractering gehad. Op Menzis na. Die zijn met twee zorginkopers en een medisch adviseur langs geweest om over zorg te praten.’

Rebelse organisatie

Momentum is allesbehalve een traditionele specialistische GGZ-instelling. Net als thuiszorgorganisatie Buurtzorg wordt er gewerkt op basis van zelfsturing. Maar die gaat bij Momentum nog een stapje verder. Dat merkte ook bestuurslid Johan Linssen tijdens zijn sollicitatiegesprek. Dat voerde hij met het voltallige personeel, allen lid van de ondernemingsraad van de stichting. ‘Dat was best confronterend, ik werd nooit eerder zo kritisch ondervraagd tijdens een sollicitatie,’ zegt Linssen.

Oprichter en psychiater Wim Schouten begon in 2010 voor zichzelf nadat hij naar eigen zeggen genoeg had van de werkwijze binnen de traditionele instellingen waar hij tot dan toe had gewerkt. Op een bovenverdieping in Veldhoven begon Schouten met de behandeling van een paar mensen. Momentum is een stichting zonder winstoogmerk en richt zich op het behandelen van persoonlijkheidsproblematiek, al dan niet in combinatie met verslaving of eetproblemen. De organisatie groeide in zeven jaar tijd uit tot een instelling die rond de duizend patiënten per jaar behandelt op vier locaties in Brabant en Gelderland en een locatie in Zuid-Afrika die dit jaar afgestoten wordt en zelfstandig verder gaat. De omzet bedroeg volgens de laatste jaarrekening in 2016 10,1 miljoen euro, met een resultaat van 91.133 euro.

Sinds enige jaren staat Momentum te boek als een rebel onder de GGZ-instellingen. Al vanaf het begin werkt Momentum zonder contract met zorgverzekeraars, uit principe. Schouten: ‘Daarmee willen we voorkomen dat belangrijke beslissingen over de zorg op het kantoor van een verzekeraar gemaakt worden.’ Alleen in 2014 en 2015 werd een uitzondering gemaakt en was er een contract met VGZ. Omdat de verzekeraar weigerde om het groeiende aantal patiënten te blijven vergoeden, moest Momentum gratis VGZ-verzekerden behandelen, zoals EenVandaag in 2015 liet zien.

Het beleid van Momentum leidde in 2014 tot een rechtszaak tegen CZ die in zorgkringen beroemd werd. De verzekeraar moest vanwege het recht op vrije artsenkeuze gewoon de zorg van Momentum vergoeden. De hoogte van de vergoeding moest minimaal zodanig zijn dat het patiënten niet in de weg zou staan (‘hinderpaal’) om een behandeling te krijgen. CZ probeerde om slechts de helft van de behandelingen te vergoeden, maar dat pikte Momentum niet. De rechter stelde de instelling in het gelijk en in het Momentum-arrest werd bepaald dat zorgverzekeraars altijd ten minste 75 procent van het marktconforme tarief van een behandeling moeten betalen aan patiënten die naar zorgorganisaties willen zonder contract.

Nieuwe hinderpaal

Maar daarmee was de kous niet af. De meeste zorgverzekeraars blijven druk leggen op de tarieven die niet-gecontracteerde instellingen declareren voor hun behandelingen. Momentum laat patiënten uit principe nooit bijbetalen en kan inmiddels voor 75 procent van de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgelegde standaardtarieven voor GGZ werken.

Een simpel trucje stelt verzekeraars echter in staat om veel lagere bedragen te betalen. Met name VGZ en CZ maken zich daaraan schuldig volgens Momentum en betalen in sommige gevallen zelfs niet meer dan 48 procent van de NZa-tarieven. Hoe? Simpelweg door het begrip ‘marktconform’ zelf in te vullen, zonder transparante onderbouwing.

Het resultaat is dat Momentum op dit moment voor gemiddeld 68 procent van de NZa-prijzen werkt. Aan haar patiënten werd over een aantal jaar in totaal al ruim 2 miljoen euro minder uitgekeerd dan waar zij volgens de uitspraak van de rechter wel recht op hadden. Dat is niet vol te houden, zeggen Linssen en Schouten. ‘We zijn volledig niet-gecontracteerd en schieten dus elke behandeling voor. Dat gaat om miljoenen euro’s aan behandelingen die we voorfinancieren met een banklening en soms pas na een jaar mogen factureren. Dat zet enorme druk op de liquiditeit.’

Omdat het zelf invullen van het marktconforme tarief een nieuwe hinderpaal opwerpt, besloot Momentum om de verzekeraars hierop aan te spreken. Tegelijkertijd wilde ze proberen bij alle grote verzekeraars toch contractonderhandelingen aan te gaan om de zorg aan haar patiënten veilig te stellen.

Ontnuchterend inkijkje

Hadden de sociocratisch georganiseerde medewerkers van Momentum misschien verwacht dat contractpogingen stuk zouden lopen op inhoudelijke eisen? Zover kwam het niet eens. VGZ en Achmea waren niet bereid om zelfs maar over de prijs, aantallen en soorten behandelingen te praten. Met CZ en Menzis lopen de onderhandelingen nog, ondanks het gegeven dat het ‘overstapseizoen’ al ruimschoots van start is.

Meekijken met de contracteerpogingen van de GGZ-instelling uit het zuiden is een levendige illustratie van het ontnuchterende rapport dat de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving onlangs publiceerde over het falen van de zorginkoop door verzekeraars. Ten eerste: niemand heeft het over kwaliteit. En er is niet veel ruimte voor onderhandelen. Samengevat, zoals de RVS al zag: “Een te grote investering in het inkoopapparaat leidt tot een hogere premie en, wanneer verzekerden niet kiezen op basis van kwaliteit van de zorginkoop, tot een concurrentienadeel.”

Neem de standaardoffertes waarmee Momentum geconfronteerd werd. Alle vier de verzekeraars boden standaard een hoger tarief per behandeling dan de organisatie per se wenst. Dat varieerde van 88 procent van de NZa-prijs bij Achmea tot 100 procent bij CZ. Bestuurslid Johan Linssen: ‘VGZ reageerde in het geheel niet op onze aanvraag voor een contract. CZ vroeg in eerste instantie naar de aantallen van patiënten, de prijs hadden ze zelf al ingevuld. Vervolgens kregen we wel in de eerste reactie te horen dat ons gemiddelde tarief te hoog zou zijn en dat men in principe geen nieuwe instellingen wilde contracteren voor een deel van de zorg die wij leveren. Daar kwamen ze later gelukkig deels op terug.’

Eigen module

En Achmea’s Zilveren Kruis werkt met een eigen digitale contracteermodule om zorg in te kopen voor alle verzekeringsmerken van Achmea. Linssen laat de module zien op zijn laptop: ‘Het zou komisch zijn als het niet zo bizar was: er valt niets in te vullen. Achmea heeft alles zelf ingevuld. Je krijgt dit overzicht en kunt alleen ja of nee tegen het omzetplafond zeggen. Er is letterlijk niets anders in de module.’

Een van die twee vragen is dat Zilveren Kruis wil weten of Momentum een contract wenst voor 2018. De standaardprijs is al ingevuld: Zilveren Kruis biedt 88 procent van de NZa-tarieven. Mooi voor Momentum, maar daarbij is ook het omzetplafond en dus het aantal behandelingen al vastgelegd. Net als bij de andere verzekeraars. Linssen: ‘Maar voor wat? Hoeveel cliënten, en met welke complexiteit? Waarom is het plafond veel lager dan het daadwerkelijke aantal hulpvragen van Achmea-verzekerden? Hoe zit het met het aantal Achmea-verzekerden dat ieder jaar groeit, mogen we die behandelen? En wat als we dat voor een lager tarief willen doen, bijvoorbeeld voor 80 of 85 procent van het tarief?’

Die vragen legde Linssen voor aan voornoemde medewerker van Zilveren Kruis. Ook per mail kwamen de zorgverzekeraar en de GGZ-instelling er niet uit. Zilveren Kruis onderhandelt niet met iedereen. Momentum had het standaardcontract kunnen tekenen, maar dat zou volgens bestuurslid Linssen betekenen dat er behandelaars ontslagen moeten worden en dat de instelling minder cliënten zou behandelen voor een hoger tarief per persoon. Dat vond de stichting geen optie.

Dit zegt de zorgverzekeraar

Follow the Money nam contact op met Achmea’s Zilveren Kruis. Waarom kon er niet gepraat worden over het aanbod van Momentum om meer zorg te leveren voor een lager tarief? De instelling was immers voldoende gekwalificeerd om in aanmerking te komen voor een contract. En waarom is er niets gevraagd over de zorg die Momentum levert?

‘Van de circa 300 GGZ-instellingen hebben wij er zo’n 250 gecontracteerd,’ zegt de woordvoerder van Zilveren Kruis. ‘Ook Momentum kan in aanmerking komen voor een contract.’ Ze laat weten dat de verzekeraar in principe alleen aan tafel gaat met een aantal instellingen uit de regio’s waar het bedrijf de grootste verzekeraar is. ‘Een deel van de GGZ-instellingen contracteren we digitaal. Het is qua capaciteit helaas niet mogelijk om met alle zorgaanbieders in Nederland aan tafel te zitten.’

Is het dan niet mogelijk om in bijzondere gevallen van het contracteerprotocol af te wijken, vragen we de woordvoerder, zeker als ze een goed aanbod beloven? Nee, zegt de woordvoerder. ‘Als we dat zouden doen, zouden we honderden extra medewerkers aan moeten nemen, wat de hoogte van de premie niet ten goede komt.’ Het resoneert perfect met wat de RVS al in haar rapport vaststelde.

Maar het ligt niet aan de individuele zorgverzekeraar. Alleen CZ en Menzis zijn nog niet uitgepraat met Momentum. VGZ heeft inmiddels excuses voor aangeboden bij de instelling, de zorgverzekeraar liet weten dat er door personele wisselingen per ongeluk niet gereageerd is op de berichten van Momentum.

Conclusie

Het resultaat van de contracteerpogingen van Momentum is volgens Johan Linssen dat de instelling vooralsnog geen goede reden heeft om een contract af te sluiten met een verzekeraar. ‘Het gevecht om tarieven te verdedigen die geen hinderpaal opwerpen voor patiënten om bij niet-gecontracteerde instellingen in zorg te gaan, is aantrekkelijker dan een kwart van ons personeel te ontslaan om tegen hogere tarieven minder zorg te gaan leveren.’

De gang van zaken heeft inmiddels wel de aandacht getrokken van het ministerie van VWS. Momentum is uitgenodigd om samen met de zorgverzekeraars op het ministerie in gesprek te gaan over de moeizame inkoopprocedure. Los daarvan stapt de instelling alsnog naar de rechter om de neerwaartse druk op de tarieven die zorgverzekeraars willen betalen voor niet-gecontracteerde zorg, aan te vechten. Follow the Money zal daar in de nabije toekomst meer aandacht aan besteden.

 

Hoe het keurige NPM Capital vuile handen kreeg in de zorg

Van de auteur Eelke van Ark kregen we toestemming het onderstaande artikel in zijn geheerl over te nemen. Eelke van Ark is een van de auteurs van de site Follow the Money. Onderstaande verhaal kunt u daarom ook hier lezen.


Nadat zorginstelling Ciran in opspraak raakte wegens gesjoemel met declaraties, liet eigenaar NPM Capital van de familie Fentener van Vlissingen het revalidatiecentrum vallen als een hete aardappel. Men had er ab-so-luut niets mee te maken. Het tegendeel blijkt waar.

Stilte. Dat is alles wat Follow the Money hoorde van investeringsmaatschappij NPM Capital, na het stellen van een aantal kritische vragen over haar rol in het omstreden (en inmiddels failliete) zorgbedrijf Ciran. Na lang wachten krijgen we alleen een kort sms’je van de ingehuurde pr-man: ‘Wij gaan niet op de vragen in.’

Het valt ook bijna niet uit te leggen: dat topmensen binnen je ‘maatschappelijk betrokken’ beleggingsmaatschappij verantwoordelijk waren voor het onrechtmatig declareren van tientallen miljoenen euro’s aan zorggeld.

Geldmachine

Een goed geoliede geldmachine: zo kon revalidatiecentrum Ciran tot voor kort het best omschreven worden. Maar inmiddels is het uit met de pret. Nadat televisieprogramma Zembla begin maart vorig jaar in een uitzending onthulde dat Ciran mogelijk sjoemelde met declaraties, draaiden zorgverzekeraars de geldkraan dicht. Ciran en diens uitvoerende organisatie Topcare gingen in de afgelopen maand allebei failliet. Alleen al zorgverzekeraar VGZ claimt dat Ciran tussen 2014 en 2017 voor meer dan 20 miljoen euro aan onrechtmatige declaraties deed.

Geen bedrijf waar je graag mee geassocieerd wordt dus.

Zo lijkt investeringsmaatschappij NPM Capital er ook over te denken. Het bedrijf, eigendom van de familie Fentener van Vlissingen, was via zijn zorgtak Medux eigenaar van Topcare – en daarmee in feite van de zorgorganisatie Ciran. Na de ophef die ontstond rond Ciran, trok NPM zich echter snel terug. Tegenover RTLZ verklaarde een woordvoerder van het concern: ‘NPM Capital en Medux staan hierbuiten. Geen commentaar.’

Dat blijkt heel anders te liggen, ontdekte Follow the Money bij bestudering van de jaarverslagen en uittreksels van de bedrijven. Drie bestuurders van Medux, een bestuurder van een andere NPM-dochter en twee toezichthouders vanuit NPM blijken onderdeel geweest van de dagelijkse leiding van (respectievelijk het toezicht op) Topcare en Ciran – precies in de periode dat er zou zijn gerommeld met declaraties. Een van die toezichthouders vanuit NPM bleek ook nog eens commissaris te zijn bij Achmea, de verzekeraar die via zorgverzekering Zilveren Kruis benadeeld werd door Ciran.

Miljoenenclaim

Het is een uiterst pijnlijke situatie voor maatschappelijk belegger NPM, en met name voor zorgtak Medux. Ciran wordt in feite beschuldigd van het onrechtmatig declareren van tientallen miljoenen euro’s aan zorggelden.

In totaal verklaarde zorgverzekeraar VGZ tegenover de rechter een claim van 20,5 miljoen euro op Ciran te hebben. ‘Uit ons onderzoek bleek dat er steevast dure medisch specialistische behandelingen in rekening werden gebracht,’ zegt VGZ-woordvoerder Jan Sinnige, ‘terwijl de geleverde zorg in feite afgehandeld kon worden door bijvoorbeeld een fysiotherapeut.’

Daarom stopte VGZ in 2017 met betalen. Ciran liep daardoor 6,5 miljoen euro mis en stapte naar de rechter om dat geld alsnog op te eisen. VGZ berekende juist dat ze Ciran sinds 2014 zeker voor 20,5 miljoen euro aan onrechtmatige declaraties had uitbetaald en probeerde dat bij Ciran terug te vorderen. De rechter oordeelde dat VGZ in haar recht stond met het niet uitbetalen van gelden aan Ciran.

Omdat ook de andere zorgverzekeraars geld terugvorderden en weigerden uit te betalen, kwam Ciran snel in de problemen. Onderdeel Topcare ging in december als eerste failliet. Stichting Ciran ging uiteindelijk afgelopen week definitief kopje onder.

Een gouden kans

Daarmee kwam een pijnlijk einde aan wat voor NPM Capital in 2012 begon als een schijnbare gouden kans. In dat jaar nam zorgtak Medux het bloeiende Ciran over – het revalidatiecentrum behaalde in dat jaar een omzet van ruim 28 miljoen euro.

Ciran bestond al uit meerdere entiteiten: het zorgbedrijf zelf bestond uit verschillende vestigingen, kenniscentra genoemd; die vielen onder de Topcare Holding. Daarnaast was er de Stichting Ciran. Die was opgericht om geld te kunnen declareren bij de zorgverzekeraars. De omzet van de stichting werd voor het overgrote deel rechtstreeks doorgesluisd naar Topcare Holding, blijkt uit de jaarrekeningen. NPM werd via zijn vennootschap Wielco eigenaar van Topcare.

De overname was bepaald geen half werk. Topmensen van NPM’s Medux namen het bestuur en toezicht van zowel de Topcare Holding als de Stichting Ciran over. Medux-CFO Edgar Vos werd in 2012 bestuurder van Topcare. Zijn collega Marco Jungschlager, toenmalig CEO van Medux, nam het bestuur van de Stichting Ciran over. Hij werd in 2015 opgevolgd door de huidige CEO van Medux, Jan Gorissen. In de Raad van Toezicht van Topcare nam Wim de Weijer zitting namens NPM’s Wielco. In de Raad van Commissarissen van Ciran zat onder meer Dick Herfst, zorgbestuurder en commissaris bij NPM-deelneming FocusCura. Later kreeg die versterking van Han Schellekens, bestuurder van NPM-deelneming Dagelijks Leven. Voor commissaris Wim de Weijer, tevens toezichthouder bij verzekeraar Achmea, was een wel heel bijzondere rol weggelegd. Hij hield namens NPM toezicht op Topcare – dat Achmea’s zorgverzekeraar Zilveren Kruis direct benadeelde met de onrechtmatige declaraties van stichting Ciran.

De nekslag

Onder leiding van de Medux-bestuurders Vos en Jungschlager groeide de omzet van Ciran de eerste twee jaar hard. Van 28 miljoen in 2012 steeg de omzet eerst naar 36,9 miljoen in het jaar daarop, en naar 46,5 miljoen in 2014. Het overnameteam van NPM had zichzelf meer dan bewezen: groeibriljant Ciran glansde als nooit tevoren.

Topcare profiteerde goed van de omzet die via Ciran binnengehaald werd: het resultaat voor belasting groeide van 4,3 miljoen euro in 2013 tot 4,9 miljoen in 2015 volgens de laatste deponeringen bij de Kamer van Koophandel. Het leek op een perfecte uitvoering van wat Medux zijn ‘buy & build’-strategie noemt – en bijna te mooi om waar te zijn.

Dat was het ook. De snel stijgende omzet van Ciran bleek namelijk voor een groot deel onrechtmatig behaald. De eerste barst in het schijnbare succes van Ciran verscheen toen zorgverzekeraar DSW argwaan kreeg over de hoge tarieven. Dat leidde in 2014 tot een bodemprocedure, die zich jarenlang bleef voortslepen. Vervolgens bracht BNN/VARA-programma Zembla het verdienmodel van Ciran vorig jaar de nekslag toe.

Tibetaanse monnik

De uitzending van Zembla schetste een weinig fraai beeld van Ciran: een wat vage instelling, waar patiënten die kwamen revalideren onder het mom van ‘de kunst van gezond zijn’ een mengelmoes werd voorgeschoteld van psychologie, fysiotherapie en spiritualiteit. De ‘Ciran-methode’, een standaardbehandeling voor iedere patiënt die als een soort wonderformule werd vermarkt, bestond onder andere uit lessen in boeddhistische principes, gegeven door een heuse Tibetaanse monnik.

Bij deze Ciran-methode hoorde ook een speciaal tarief voor verzekeraars, dat uit de basisverzekering werd betaald. Het bedrijf zelf verwoordde dat in 2013 in zijn jaarverslag zo: ‘Ciran heeft de tarieven van de diverse producten (zorgprestaties) samengesteld op basis van het benodigde aantal behandeluren. Hiermee kennen alle producten een zogenaamd Ciran-tarief.’ Dat Ciran-tarief bleek vooral heel hoog: er werd bij de zorgverzekeraar standaard gedeclareerd voor dure medisch specialistische revalidatiezorg. Daarvoor bleek echter niet geleverd te worden wat zorgverzekeraars daaronder verstaan.

Patiënten verklaarden in de uitzending van Zembla dat hun door behandelaren van Ciran werd gevraagd om hun klachten te overdrijven of aan te dikken. Een oud-werknemer bevestigde dat voor de camera: ‘Als de vragenlijst niet als ernstig genoeg werd bestempeld, moesten we tijdens het psychologisch onderzoek de vragenlijsten nog een keer openen en zeggen dat ze moesten overdrijven in hun klachten.’ Meerdere patiënten en oud-werknemers bevestigden die werkwijze. Ook werd uit verklaringen en originele beelden van behandelingen duidelijk dat de dure specialistische revalidatiezorg die werd gedeclareerd, niet werd geleverd.

Fraude

Dure zorg wel declareren, maar niet leveren: dat is op zijn minst onrechtmatig. Als het doelbewust gebeurt, is het zelfs strafbaar – er is dan immers sprake van fraude. De verklaringen in de Zembla-uitzending wijzen erop dat er bewust en met beleid op een onzuivere manier werd gedeclareerd. Toch is er tot op heden door nog geen enkele zorgverzekeraar aangifte gedaan wegens een verdenking van fraude. Waarom niet?

VGZ laat weten dat het lastig is om fraude aan te tonen: ‘We kunnen bewijzen dat de declaraties onrechtmatig waren. Maar we kunnen heel moeilijk aantonen dat Ciran ook de intentie had om onrechtmatig te declareren’, laat de woordvoerder weten. Zijn de bewijzen die Zembla heeft verzameld dan niet voldoende om op zijn minst aangifte te doen? Daarover doet VGZ geen uitspraak. ‘We hebben de uitzending natuurlijk gezien. Maar wij hebben zelf alleen onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de declaraties.’ Van een officieel fraudeonderzoek is het niet gekomen bij VGZ. ‘We konden op basis van de controle die we hebben uitgevoerd niet hard maken dat er sprake was van intentie.’

Vragen over het keurige NPM

Hoewel Ciran zelf tot nu toe altijd heeft volgehouden dat er niets mis was met de declaraties, zijn de zorgverzekeraars het allemaal eens over de onrechtmatigheid ervan. Ook de NZa liet weten de instelling in beeld te hebben. Bovendien heeft Ciran zelf een deel van de gelden al terugbetaald aan Achmea, volgens de verzekeraar. Dat suggereert op zijn minst dat het bedrijf ook zelf erkent dat er niet rechtmatig gedeclareerd werd.

En dat roept vragen op over de rol die het keurige NPM Capital heeft gespeeld. In eerste instantie werd het bestuur van Topcare Holding geschorst na de uitzending van Zembla. Dat zou gezien kunnen worden als een erkenning vanuit NPM Capital dat de bestuurders op zijn minst ernstig gefaald hebben. Hetzelfde zou je kunnen zeggen over de gretigheid waarmee NPM zich tegenover RTLZ van de kwestie distantieerde.

Maar het vertrouwen van NPM in zijn bestuurders lijkt geen deuk te hebben opgelopen. Zowel Edgar Vos als Jan Gorissen besturen tot op heden nog steeds zorgtak Medux. Han Schellekens, die toezicht hield op stichting Ciran, zit ook nog comfortabel aan het roer bij NPM-bedrijf Dagelijks Leven. Tot op heden is er ook geen enkel teken dat Dick Herfst uit de RvT van FocusCura is gezet of dat men afscheid heeft genomen van Wim de Weijer als Wielco-commissaris en lid van NPM’s participatiecommissie.

Wat is daarvoor de verklaring? Follow the Money legde NPM uitgebreide vragen voor over de kwestie. Staat NPM nu wel of niet achter zijn topfunctionarissen? En wat vindt men nou eigenlijk van de dubieuze wijze waarop Topcare geld verdiende? Wist NPM eigenlijk wel in hoeverre dochter Medux betrokken was bij de handel van Ciran? Gaat dat nog gevolgen krijgen? En wat we ook wel graag willen weten: is het vermogende NPM van plan om de samenleving die tientallen miljoenen euro’s aan zorgpremie terug te betalen?

Lang blijft het stil, ook na herhaaldelijk aandringen. Maar uiteindelijk laat de ingehuurde pr-man per sms aan Follow the Money weten dat NPM niet wil reageren op deze vragen.

De topfunctionarissen

Ook de commissarissen en bestuurders van het bedrijf zelf geven niet thuis. De NPM-functionarissen die hun telefoon opnemen, willen niet reageren en verwijzen door naar de curator. Han Schellekens antwoordt op verschillende vragen steeds dezelfde riedel: ‘Ik verwijs u daarvoor graag door naar Kay van de Linde.’ In de consternatie was hij zich blijkbaar niet bewust van het feit dat de bekende crisismanager de zaak al enige tijd eerder had overgedragen aan de curator.

De uitzondering betreft Wim de Weijer. De Achmea-commissaris die namens Wielco toezicht moest houden op Topcare en het bedrijf vier jaar lang liet profiteren van de onrechtmatige declaraties. De Weijer zat tot 2016 als toezichthouder bij Achmea’s De Friesland. Vervolgens trad hij toe tot de centrale Raad van Toezicht van Achmea. Hetzelfde Achmea dat door Ciran op onrechtmatige wijze van zorggeld afhandig werd gemaakt.

Heeft de commissaris zitten slapen? Of had hij weet van de dubieuze manier van declareren? Uit de Zembla-uitzending blijkt immers dat werknemers klachten van patienten ‘moesten overdrijven’. Dat suggereert een bepaald beleid. Ook de opvallende omzetstijging van Ciran en zeker de juridische procedure die DSW aanspande, hadden toch de aandacht moeten trekken van De Weijer? We legden Achmea en De Weijer een aantal vragen voor.

De woordvoerder van Achmea laat weten dat Wim de Weijer helemaal geen dubbelrol had. Want: ‘(De Weijer) was namens Wielco commissaris bij Topcare in de periode 2012-2016. De heer De Weijer hield in die rol echter geen toezicht op Stichting Ciran. Stichting Ciran was namelijk verantwoordelijk voor de facturatie aan zorgverzekeraars, waaronder Zilveren Kruis.’

Ook maar een mening

Hoewel technisch juist – de stichting stond niet onder toezicht van De Weijer – is dit antwoord zo onbevredigend dat we opnieuw bij Achmea aankloppen. Immers: de stichting was in feite niet veel meer dan het geldluik van Topcare. Het personeel werd bijvoorbeeld aangestuurd binnen de bedrijven onder Topcare of stond bij Topcare op de loonlijst. Ook was de stichting van groot belang voor Topcare – dat immers meteen omviel nadat de declaraties in gevaar kwamen. Dat er vraagtekens waren over de juistheid van Cirans declaraties en dat Topcare daarmee direct in gevaar kon komen, was immers in ieder geval bekend sinds DSW in 2014 tegen de stichting procedeerde.

Wim de Weijer zelf wil eerst niets zeggen. Maar dan reageert hij na enig aandringen toch persoonlijk op onze vragen. ‘Tot eind 2016 ben ik commissaris geweest van Topcare BV en waren er geen signalen dat er onrechtmatig gedeclareerd zou zijn,’ laat de commissaris per mail weten. Hij wijst erop dat ‘de werkwijzen en systemen die Topcare gebruikte’ regelmatig aan audits werden onderworpen en de goedkeuring konden wegdragen van onder meer branchevereniging VRA (Vereniging voor Revalidatieartsen), accountants en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

De VRA verklaarde in de uitzending van Zembla evenwel niet op de hoogte te zijn geweest van de declaratiepraktijken van Ciran. We vragen ook bij de IGZ na of onderzoekers van hen hun fiat ooit gaven aan de wijze waarop Ciran heeft gedeclareerd. Een woordvoerder laat weten dat er vorig jaar een inspecteur is langsgegaan bij de instelling, maar dat ze nog geen mededelingen kan doen over de uitkomst van dat onderzoek voor het rapport verschijnt. De IGZ laat weten niet te beoordelen hoe een instelling declareert: ‘Bij een inspectiebezoek wordt in de eerste plaats toegezien op de kwaliteit van zorg. Als wij oordelen dat de kwaliteit in orde is, is dat geen oordeel over de wijze van declareren.’

En dan de declaraties zelf. Dat die niet zouden deugen, is ook maar een mening, vindt De Weijer. ‘Tot op heden is niet vastgesteld dat er opzettelijk zaken niet goed zijn uitgevoerd maar dat een verschillende zienswijze van de kwalificatie van zorg heeft geleid tot het geschil. Tussen Ciran en DSW was een geschil en dat was mij bekend; overigens heeft de rechter daar nog geen uitspraak over gedaan.’

Wel of geen strafbaar feit

Sleutelwoord in de reactie van De Weijer is natuurlijk ‘opzettelijk’. Dat maakt het verschil tussen wel of geen strafbaar feit. Zolang het Openbaar Ministerie niet heeft vastgesteld dat Ciran opzettelijk te veel geld declareerde, kan de zaak namelijk nog afgedaan worden als een vergissing of een verschil van inzicht. En het Openbaar Ministerie heeft nog nooit een aangifte ontvangen tegen Ciran, dus ook geen reden om de declaraties te onderzoeken.

Met zijn twijfelachtige antwoord suggereert Wim de Weijer dat de manier waarop Ciran zorg declareerde bewust gebeurde en onderdeel was van het beleid dat bestuurders vanuit NPM en Medux voerden in het bedrijf. Zocht de investeringsmaatschappij bewust de grenzen van de wet op door de prijs van behandelingen maximaal op te stuwen? Opnieuw vroegen we NPM hierop te reageren. En weer bleef het stil.

Een eind aan de kwestie Topcare/Ciran is voorlopig niet in zicht, ondanks het faillissement van de partijen. Voorlopig is nog niet duidelijk of de zorgorganisatie overgenomen gaat worden, al is er belangstelling getoond vanuit de zorggroep Siza, dat in Gelderland en Brabant vestigingen heeft. Wat er met Topcare gaat gebeuren, is ook nog ongewis. Daarnaast blijven veel vragen nu onbeantwoord. Wordt dus zeker vervolgd. Voor tips over deze kwestie kunt u mailen naar eelke@ftm.nl

 

Vermogen zorginstellingen

Ondanks bezuinigingen steeg het vermogen van (sommige) zorginstellingen.

  • De Amsterdamse zorgorganisatie Amstelring sloot af met een positief jaarresultaat van 13,5 miljoen euro (2016). Dit geld wordt aan de reserves toegevoegd.
  • In totaal hadden ouderen- en thuisorganisaties in 2016 4,7 miljard euro eigen vermogen.
  • Alle instellingen bij elkaar maakten in 2016 307.050.078 miljoen euro winst.
  1. Espria, eigen vermogen € 187.099.393; liquide middelen €172.692.340
  2. Zorgpartners Friesland € 138.608.00; €29.278.000
  3. Bronovo € 122.962.000; € 61.850.000
  4. Meriant Heerenveen = Zorggroep Alliade € 86.595.000; € 60.662.000
  5. Arijne Zorggroep (Rijnland Zorggroep) € 77.553.241; € 10.596.148
  6. De Zorggroep € 73.675.450; € 86.411.463
  7. Stichting voor Regionale Zorgverlening (SVRZ) €  69.480.000; €28.340.000
  8. Zorggroep Sint Maarten € 67.379.259; € 38.025.232
  9. Laurens € 63.659.000; € 18.193.000
  10. Cordaan € 60.922.000; €5.548.000

Grootste Winsten in de ouderenzorg  (2014):

  1. Alliade: € 16. 116.000
  2. Alrijne: € 12.420.580
  3. Espria: € 11.372.201
  4. Buurtzorg Nederland: € 9.029.500
  5. Orbis Concern, Orbis Thuis: € 9.024.292
  6. Stichting Bronovo-Nebo, Het Huis Nebo: € 8.436.000
  7. Aafje Thuiszorg, Huizen Zorghotels: € 7.550.857
  8. BrabantZorg: € 6.696.468
  9. Stichting De Zorgcircel: € 6.605.591
  10. Zorgpalet Baarn-Soes (De Opbouw): € 6.554.000

Wie staan er nog meer op de lijst van topverdieners in de zorg?

Hierbij een overzicht van topsalarissen van 50 Bestuurders in de Zorg, met vermelding van zowel hun salaris als de instelling waar ze werkzaam zijn, of mogelijk waren als ze na publicatie van baan veranderd mochten zijn.
Deze gegevens stammen van Actiz en FNV Zorg en Welzijn.

Van groot belang is het feit, dat ondanks wettelijke bepalingen, de mogelijkheden hiervan af te wijken maximaal zijn gebruikt. Dit zal ongetwijfeld ook van invloed zijn op de beperkte resultaten van de kostenbeheersing in de Zorg. Zolang mensen in deze posities menen meer te moeten verdienen dan de premier van dit land zal de bereidheid om een bijdrage in de kostenreductie te leveren beperkt zijn.

Mocht u of een van uw familieleden in een van deze instellingen verblijven, zou het interessant zijn te vernemen hoe het met de kwaliteit van de geleverde Zorg gesteld is. Ook is het interessant te weten of er voldoende verzorgenden aanwezig zijn.
Informatie hierover zien we graag tegemoet op:
info@verontrusteouderen.nl

Wie staan er nog meer op de lijst van topverdieners in de zorg?

(Bron: Actiz 50, FNV Zorg en Welzijn):

  1. Wander Blaauw, Zorgpartners Friesland: € 392.928
  2. Maarten de Bloois, Hanzeheerd, inclusief ontslagvergoeding: € 366.847
  3. Petra Groeneweg, Stichting ZorgBreed: inclusief ontslagvergoeding ruim € 371.069
  4. Lidy Hartemink, Zorgcombinatie Noorderboog, incl. ontslagvergoeding: € 313.417,-
  5. Eelco Damen, Cordaan: € 298.621
  6. Anton Zuure, Espria: € 296.040
  7. Ton van Overbeek, Careyn: € 282.549.
  8. Erik Kuik, Meriant (Zorggroep Alliade): € 271.080
  9. Martin de Bruijne, Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen: € 270.997
  10. Treffers, Alrijne Zorggroep (Rijnland Zorggroep): € 263.948
  11. L. Kauffeld, Espria: € 262.562
  12. C.D.Y.M Wolf-de Jonge (Ananz): € 259.675
  13. A.W.M. Brons, Stichting Groenhuysen: € 259.428
  14. J. Rutters, Ananz wonen-welzijn-zorg: € 258.797
  15. W. Meerdink, Espria: € 258.450 (schatting)
  16. Bergsma, STMG: € 256.000 (totaalinkomen inclusief ontslagvergoeding)
  17. Sterk, Orbis: € 252.827
  18. M. van der Linden, Frankelandgroep/Sint Luidinastichting: € 250.267
  19. B.J. van Soest, De Zorggroep: € 247.523
  20. G.J. de Koning, Frankelandgroep/Sint Luidinastichting: € 247.429
  21. L.A. Korver, Zorgpartners Friesland: € 247.238
  22. B.A. Letting, Zorgpartners Friesland: € 245.244
  23. J.M. Helgers, Stichting De Opbouw: € 241.000
  24. H.M. Meulemans, Zorggroep Elde: € 240.852 (incl. ontslagvergoeding)
  25. G. Mengerink, Carintreggeland: € 238.958
  26. H. Donkervoort, Zorgpartners Friesland: € 237.141
  27. J. van geest, Florence: € 236.040
  28. H.Meijerink, MeanderGroep: € 235.202
  29. L.L. Pelgrims, Stichting tante Louise-Vivensis: € 235.022
  30. C.S. Herfst, ZZG Zorggroep: € 233.789
  31. A.J. Janssen, Orbis Concern: € 233.728
  32. E.A. Goffin, Orbis Concern, Orbis Thuis: € 232.403
  33. J. Metske, Archipel: € 230.474
  34. H.J. Glint, WoonZorgzentra Haaglanden: € 230.425
  35. Veenstra, Zorggroep Hof en Hiem: € 230.224
  36. S. Siraa, Attent Zorg en Behandeling: € 229.905
  37. Kavelaar, Cardia, Hart voor Zorg: € 228.319 (totaalinkomen plus ontslagvergoeding))
  38. A. Bleijenberg, Pieter van Foreest: € 228.000
  39. Weermeijer, Alrijne Zorggroep: € 227.400
  40. van Dam, Amsta: € 224.798
  41. Stam, Thebe: € 224.195
  42. C.F.M. Straus, Argos Zorggroep: € 222.249
  43. W. Doop, Stichting Bronovo-Nebo: € 222.120
  44. H.W.P. Stienen, Zorggroep Almere: € 220.882
  45. C. Moerland, CuraMare € 220.627
  46. P. Ploegman, Stichting Proteion: € 219.978
  47. J.P.J.M Steerneman, Sevagram: € 219.927
  48. L. de Vries, Stichting De Zorgcircel: € 219.912
  49. W. Lindeman, Stichting Aafje: € 218.151
  50. G.J. Hanselaar, Stichting Pantein: € 217.882

Uw Zorg zal ons een zorg zijn

Is dit de juiste beschrijving van de feitelijke situatie of overdrijven we nu echt?
Natuurlijk moeten we om te beginnen onderscheid maken tussen de fantastische en hardwerkende “handen aan de bedden”, de verantwoordelijke bestuurders die achter de aan hen toevertrouwde medewerkers staan en er op toezien dat patiënten die zorg krijgen, die ze verdienen en de categorie managers en bestuurders, die tot het bureaucratische kamp moeten worden gerekend. Patiënten worden ondergeschikt gemaakt aan procedures en protocollen. Hoge salarissen zijn eerder regel dan uitzondering. Juist deze veel gehoorde klachten zorgen ervoor dat veel gemotiveerde medewerk(st)ers de zorg verlaten. Ook politici, die in de laatste jaren onder het mom van bezuinigen en vergroten van efficiency tienduizenden mensen uit de zorg hebben weggejaagd, mogen hopen dat tegen de tijd dat zij zelf zorg nodig hebben de door hen genomen maatregelen weer zullen zijn teruggedraaid en het enthousiasme en motivatie onder de medewerkers nog steeds aanwezig is.
Voortdurend wordt gesproken over de steeds toenemende kosten van de zorg waarbij het woord vergrijzing herhaaldelijk wordt gebruikt. Veel ouderen ervaren dit als een verwijt en regelmatig is er sprake van dat zij om die reden zorg mijden.
Daarom willen we ook eens de aandacht vestigen op een publiek geheim namelijk de abnormaal hoge salarissen en vergoedingen, die aan menig bestuurder in de Zorg worden betaald.
Hiermee zij niet gezegd dat zij het probleem vormen, maar wel dat zij hierbij een belangrijke rol spelen. – – – Trek uw eigen conclusies.- – –

TOPINKOMENS, VERMOGENS EN WINST IN DE ZORG

De 50 meest verdienende bestuurders in de ouderen- en thuiszorg verdienden in 2016 allemaal meer dan een minister (179.000 euro).

  • Wim Driessen van Zorggroep CuraMare uit Dirksland staat bovenaan: mede dankzij een ontslagvergoeding van €186.000 euro ontving hij in 2016 €  406.000 euro.
  • Het hoogste reguliere salaris ging naar bestuursvoorzitter Eelco Damen van de Amsterdamse zorgorganisatie Coraan. Hij verdiende in 2016 € 290.051 euro. Het personeelsbestand van deze zorgorganisatie daalde in 2016 met 16,7%
  • De Deventer zorggroep Solid keerde de hoogste ontslagvergoeding uit, aan bestuurder Ko Portengen. Die bedroeg, inclusief een loopbaantraject en loon tijdens ziekte € 272.326 euro.
  • 152 directeuren in de ouderenzorg verdienen meer dan een minister.
  • 34 Van de 468 onderzochte bestuurders verdienden in 2016 meer dan € 230.474 euro.
  • 152 Van de 468 bestuurders verdienden meer dan €178.000 euro

(Zie ook: AD, 10 juni 2017)

Werkgelegenheid zorg

65.000 werknemers in de zorg verloren in 2016 hun baan (CBS)

Toelichting:

Om de inkomens aan de top te begrenzen is de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingevoerd. Vanaf 2014 geldt deze wet. Daarin worden de salarissen gemaximeerd tot 130% van het salaris van een minister. Eind 2014 is WNT2 aangenomen. Die wet zegt dat het maximuminkomen 100% van een ministerssalaris mag zijn. Dit is 178.000 euro.

De aanscherping had in 2015 moeten ingaan, maar is door minister Edith Schippers 1 jaar uitgesteld, omdat er onvoldoende voorbereidingstijd was om de wet door te voeren. Volgens de FNV weigeren zorgdirecteuren tot nu toe mee te werken aan de uitvoering van deze norm. “Grote wetten als de WMO 2015, maar ook de WLZ (Wet Langdurige Zorg, vervanger van de AWBZ) konden allemaal wel op 1 januari 2015 van kracht worden”.

Bron: Actiz50, FNV Zorg&Welzijn (10 juni 2017)

Interview Hans-Martin Don

In nummer 9 van “Ons”, het ledenblad van KBO-Brabant, staat een interview met Hans-Martin Don over de marktwerking in de zorg. Hans-Martin Don is lid van de 1e kamer voor de SP. Zoals wel bekend is de SP de partij die het initiatief genomen heeft voor een Nationaal ZorgFonds. Omdat Verontruste Ouderen ook bezorgd is over de huidige invulling van de zorg, wil zij dit interview graag met u delen, met dank aan KBO-Brabant voor de toestemming.

(Als u met de muis over het document gaat verschijnt er rechtsboven een icoon om het document schermbreed weer te geven.)

Downloaden (PDF, 297KB)