Koepel Gepensioneerden opent actie kas voor beter pensioenstelsel

Gisteren kwamen de lidorganisaties van de Koepel Gepensioneerden bijeen in een extra Algemene Vergadering. Die was nodig nu het onlangs gepresenteerde wetsvoorstel Toekomst Pensioenen door de Koepel en haar collega-seniorenorganisaties als ‘onacceptabel’ is gekwalificeerd.

Die kwalificatie werd door de ruim 130 aanwezige vertegenwoordigers van lidorganisaties van de Koepel Gepensioneerden unaniem onderschreven: het met het wetsvoorstel in het vooruitzicht gestelde koopkrachtige pensioen komt niet dichterbij, de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel blijft een black-box en de noodzakelijke zeggenschap van gepensioneerden over hun pensioen lijkt vooralsnog een lege huls.

Om de eisen van de Koepel Gepensioneerden kracht bij te zetten, besloot de Algemene Vergadering de actiekas te openen. Die maakt het mogelijk om, naast het intensiveren van de politieke lobby, stevig in te zetten op het informeren en mobiliseren van de achterban (de meer dan drie miljoen gepensioneerden in ons land) als ook op het verder voorbereiden van een eventuele juridische procedure.

Voorzitter John Kerstens is blij met de uitgesproken steun: ‘Die bevestigt nog eens dat het met de aanwezigheid van de vakbeweging bij het aanbieden van het wetsvoorstel gesuggereerde draagvlak in de samenleving er niet is. In ieder geval niet onder de grote groep gepensioneerden. En een nieuw pensioenstelsel zonder dat juist gepensioneerden daar in geloven, is niet iets wat de politiek zou moeten willen. Zeker niet als zij niet alleen het vertrouwen in het pensioen, maar ook in de politiek zèlf wil herstellen.’

Blij is Kerstens ook met het dringende verzoek van de Algemene Vergadering om in het organiseren van een zo’n breed mogelijk front tegen het wetsvoorstel in z’n huidige vorm actief de samenwerking te zoeken met alle andere seniorenorganisaties, ook bijvoorbeeld binnen vakbeweging en politiek.

DE NIEUWE WET TOEKOMST PENSIOENEN IS GEBASEERD OP FOUTIEVE REDENERINGEN

2022 04 11 DE NIEUWE WET TOEKOMST PENSIOENEN IS GEBASEERD OP FOUTIEVE REDENERINGEN

Pensioenfeiten robdebrouwer

In 2018 kwam het tweede Pensioenakkoord tot stand. Het eerste was vier jaar eerder gesneuveld omdat binnen de FNV onoverbrugbare weerstand tegen dit akkoord bestond, gesymboliseerd door de actiekreet “casinopensioen”. Het tweede Pensioenakkoord sneuvelde ook. Niet door tegenstand vanuit de sociale partners en ook niet door politieke weerstand. Het sneuvelde omdat de President van De Nederlandsche Bank in een brief aan Minister Wouter Koolmees liet weten dat de afspraken in het tweede Pensioenakkoord niet in lijn waren met zijn visie op de te hanteren rekenrente. In het Pensioenakkoord werden de zekerheden die in de Pensioenwet nog werden gehanteerd opgegeven. In ruil daarvoor zou dan een hogere rekenrente kunnen worden toegepast waardoor de problemen met het stelsel konden worden opgelost. Het belangrijkste probleem was immers het achterblijven van indexatie en door een hogere rekenrente zou de dekkingsgraad van pensioenfondsen kunnen stijgen waardoor indexatie weer in zicht zou komen.

De belangrijkste passage in de brief van Klaas Knot aan Wouter Koolmees was deze:

“Het waarderen van een pensioenuitkering kan op twee manieren: het verwachte rendement wordt wel of niet meegenomen in zowel de verwachte pensioenuitkering als ook de disconteringsvoet Bij een consistente toepassing (gebruik verwacht rendement in zowel de teller als noemer of gebruik RTS in zowel teller als noemer) leiden beide keuzes tot dezelfde waarde, en deze is gelijk aan de marktwaarde”.

Wat staat hier in gewone mensentaal? Wij waarderen een pensioenuitkering. Dat wil zeggen wij bepalen de waarde van een pensioenuitkering. Omdat pensioenuitkeringen in de toekomst liggen en wij willen waarderen in het heden hebben we daarvoor een discontovoet nodig. Met de discontovoet maken we de toekomstige waarde contant in het heden. Het is het antwoord op de vraag: hoeveel geld heb ik nu nodig om in de toekomst een uitkering te doen? Bij een discontovoet van bijvoorbeeld 7% is de waarde van een uitkering van € 1.000 over tien jaar nu € 500 waard. Want als je die € 500 belegt met een rendement van 7% heb je na tien jaar precies € 1.000.

In een wiskundige formule:

Waarbij V de werkelijke waarde van de verplichtingen is, dus de optelsom van de jaarlijkse verplichtingen, r de discontovoet en t het aantal jaren dat de betreffende verplichting is verwijderd van het heden.

Klaas Knot zegt, vertaald in gewone mensentaal, als je kiest voor een bepaalde discontovoet, moet je dat consistent doen. Dat wil zeggen zowel voor de teller als voor de noemer.

Over de keuze van de discontovoet merkt Klaas Knot op:  “Het waarderen van een pensioenuitkering kan op twee manieren: het verwachte rendement wordt wel of niet meegenomen in zowel de verwachte pensioenuitkering als ook de disconteringsvoet”. Ik denk dat hij bedoelt: je mag de nominale verplichtingen alleen maar waarderen tegen de RTS (de rentetermijnstructuur, ofwel de risicovrije rente). Als je het verwachte rendement gebruikt moet je de reële verplichtingen gebruiken, dat wil zeggen de nominale verplichtingen opgehoogd met de indexatie op basis van de verwachte inflatie. En de uitkomst is dan gelijk. Dus het maakt niet uit welke keuze je maakt, de uitkomst bij toepassing van het verwacht rendement is gelijk aan de uitkomst bij toepassing van de risicovrije rente. Nog anders gezegd: de nominale dekkingsgraad is altijd gelijk aan de reële dekkingsgraad. Dat is natuurlijk onzin! In het jaarverslag over 2020 rapporteert bijvoorbeeld het Pensioenfonds Hoogovens een actuele dekkingsgraad van 108,8 en een reële dekkingsgraad van 83,7.

De bewering van Klaas Knot klopt dus niet.

Een pensioenfonds geeft in ruil voor de afdracht van premies aanspraken af voor een nominale, niet aan de inflatie aangepaste, uitkering. De inflatiecompensatie, indexatie genoemd, moet verdiend worden uit het overrendement. Wordt er geen overrendement gemaakt dan is er ook geen ruimte voor indexatie. Maar de premie is wel berekend op basis van een verwacht rendement. Als dit verwachte rendement wordt gehaald, dan is de nominale uitkering, zonder indexatie, verzekerd. Overrendement is dan het rendement dat boven het in de premie toegepaste verwachte rendement uitgaat. Aangezien de premie niet wordt berekend op basis van de RTS of de risicovrije rente, is deze laatste dus ongeschikt als discontovoet, los van de vraag of je uitgaat van de nominale of de reële uitkering.

Wat je in de toekomst nodig hebt om aan je verplichtingen te voldoen, is stabiel en volkomen helder. Daartegenover staat de vraag of er voldoende in kas is om aan die verplichtingen te voldoen. De uitdrukking “voldoende in kas” heeft betrekking op het vermogen, de belegde middelen. De waarde daarvan schommelt dagelijks en kan zelfs aan hevige schommelingen onderhevig zijn. In de opvatting van auteurs die het beleid van De Nederlandsche Bank verdedigen schommelen de verplichtingen echter ook voortdurend, omdat zij de dagelijks veranderende risicovrije rente gebruiken als discontovoet. Ik citeer Prof. Bas Werker en anderen in hun reactie op de brief van meer dan veertig prominente wetenschappers en bestuurders aan de Tweede Kamer, waarin zij pleiten voor aanpassing van de discontovoet: “Het vermogen van de pensioenfondsen moet bij voorkeur sneller groeien dan de kosten van de aan iedereen beloofde pensioenen. Deze pensioenverplichtingen nemen namelijk niet alleen toe als de rente lager wordt, maar ook als we langer leven.” Opnieuw een volkomen onjuiste voorstelling van zaken, die ik al eerder aan de kaak stelde[1]. De pensioenverplichtingen nemen niet toe als de rente lager wordt. De pensioenverplichtingen zijn wat ze zijn. De balanswaarde van de pensioenverplichtingen verandert als de discontovoet verandert en als je een discontovoet kiest die dagelijks verandert en ook nog door de Europese Centrale Bank omlaag wordt gemanipuleerd, dan creëer je zelf een dagelijks schommelde balanswaarde van de pensioenverplichtingen. De waarde daarvan is een indicatie van de renteschommelingen niet van de verplichtingen zelf. Overigens: ook de bewering dat de verplichtingen toenemen als we langer leven moet als onzin terzijde worden geschoven. Weten deze auteurs dan niet dat periodiek de pensioenleeftijd wordt aangepast aan de levensverwachting?

Wat had Klaas Knot dan moeten schrijven aan Minister Koolmees toen het tweede Pensioenakkoord tot stand kwam in 2018? Ik zou het zo hebben opgeschreven:

Het waarderen van een pensioenuitkering kan maar op een manier: het verwachte rendement na aftrek van de inflatieverwachting, zoals gerapporteerd door de Commissie Parameters, is de enig juiste discontovoet. Dat wil zeggen dat de juiste disconteringsvoet voor zowel de nominale als de reële verplichtingen hetzelfde rendementspercentage is als wordt toegepast in de berekening van de premie.

Als de President van De Nederlandsche Bank zich zo had opgesteld dan was al jaren geleden een nieuwe Pensioenwet tot stand gekomen op basis van het tweede Pensioenakkoord van 2018. Dan was er ook geen noodzaak geweest over te stappen op een premieregeling en had de bestaande uitkeringsregeling kunnen blijven bestaan. De conclusie is dramatisch: de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen is gebaseerd op foutieve redeneringen van de President van De Nederlandsche Bank en in diens kielzog enige hoogleraren. Velen hebben geprobeerd aan te tonen dat het anders moest. Daar is niet naar geluisterd. Opnieuw sorteren wij voor naar een toekomstig debat in de Tweede Kamer waarin bewindslieden excuus moeten gaan maken voor de verkeerde keuzes die zij hebben gemaakt. Dat moment zal er voor de Wet Toekomst Pensioenen in de toekomst zeker komen, maar in de tussentijd is een hele generatie gepensioneerden overleden zonder ooit te hebben gekregen waarop zij recht hebben: een waardevast pensioen als de overrendementen dat toelieten.

Rob de Brouwer 11 april 2022

[1] Zie mijn artikel op www.pensioenfeiten.nl WAT DE AUTEURS BAS WERKER, THEO KOCKEN EN ANDEREN VERKEERD ZIEN.

Daarom wil ik een lans breken voor indexatie met terugwerkende kracht

2022 30 29 Beer van Huet

Maar dat is het altijd met die verrekte pensioendiscussie.

De rendementen en rentes zijn afhankelijk van de conjunctuur, fluctueren en hebben een samenhang. Ik stam nog uit de tijd dat de rente 12,8% was en een dertigtal jaren boven de historische rente van 4% lag, waarmee de fondsen rekenden. De pensioenfondsen hebben een verre beleggingshorizon van 40 jaar of meer. We hebben kunnen constateren dat de beleggingen het na de financiële en economische crisis, weer goed deden. Door de inflatie zien we dat de FED nu overweegt om de rente te verhogen, zelfs in tranches van 0,5%. De ECB zal om dezelfde reden, niet achter kunnen blijven. Ik realiseer me dat daarmee de economisch ‘zwakke’ landen van de EU in de problemen komen maar dat is een politiek probleem. Economische principes en marktwerking veranderen niet en een ander pensioenstelsel in Nederland zal daar geen invloed op hebben. Zowel de lage rente als tegenvallende rendementen zijn volgens het ministerie de hoofdoorzaken die hebben geleid tot een herziening van ons pensioenstelsel. Ik vind het jammer dat in de aanloop naar de WTP niet even is stilgestaan bij een hernieuwde tussentijdse validering van deze twee factoren. De pensioenwet en -regelgeving ‘oude’ stijl, was blijkbaar zo gek nog niet. De inflatie van 2% waarvan de WTP uitgaat, is inmiddels alweer achterhaald en de economie zal zeker met nog meer tegenvallers rekening moeten houden. Stagnatie van fossiele brandstoffen en ook de investeringen in de energietransitie en het klimaatbeleid zijn niet zonder risico. Maar goed, de WTP gaat er komen, dat staat vast. Het ziet ernaar uit, althans wij hopen dat allemaal, dat de minister besluit om de koopkracht van ouderen te willen verbeteren. Al is het maar om meer draagvlak te creëren voor de WTP. Ik ben bang, dat als dat gebeurt, het een ‘cosmetische’ ingreep wordt. De achterstand vanwege het jarenlang niet indexeren zal niet verdwijnen en, indien dit uitsluitend gebeurt vanwege de toekomstige WTP, lijkt dit mij moeilijk te onderbouwen. De pensioenen moesten immers worden veranderd omdat zij geld tekort kwamen. De ‘markt’ is niet veranderd. In 2022 hebben zich geen situaties voorgedaan, die ten opzichte van vorige jaren de pensioenvooruitzichten hebben verbeterd. Als nu ineens blijkt, dat bepaalde randvoorwaarden voor pensioenen kunnen worden versoepeld, kun je je afvragen of dat voorheen ook niet mogelijk geweest zou zijn. En of er niet met de belangen van de pensioendeelnemers is gemanipuleerd. Ik zou dit, als pensioendeelnemer, zeker willen voorleggen aan een rechter. Daarom wil ik een lans breken voor indexatie met terugwerkende kracht. De minister kan toegeven dat, met de kennis van nu, bepaalde aannames in het verleden zijn achterhaald. En zonder gezichtsverlies bekijken in hoeverre er met terugwerkende kracht kan worden geïndexeerd.

Het is niet ondenkbeeldig, dat het FTK in het leven is geroepen (of gebleven) om a.h.w. een ‘dagwaarde’ van de pensioenen te kunnen bepalen, waarmee straks in de WTP de individuele vermogens van de pensioendeelnemers worden vastgesteld. Dan is met een extreem lage rente deze waarde natuurlijk zeer onvoordelig voor de pensioendeelnemers. Hun toekomstige vermogen groeit immers niet of nauwelijks. In feite wordt de waarde van hun ‘bezit’ over 40 jaar dan gewaardeerd op die van vandaag. Anderzijds blijkt er dan een flink bedrag aan huidig vermogen overtollig vanwege de hoge rendementen die, in het oude systeem deze lage rente in de toekomst moeten compenseren. Een tweede reden om te zorgen dat de rekenrente omhoog moet.

Omdat de deelnemer voortaan individueel gaat beleggen zonder de vermaledijde rekenrente, wordt de WTP, althans volgens het ministerie, gezien als een verbetering van de pensioenen. Dat is niet waar want we zien het FTK later weer terugkomen in de WTP als de deelnemers een gedeelte van hun premie in een risicofonds moeten stoppen. Ook blijven de pensioenfondsen straks gewoon doorgaan met collectief beleggen en de markt zal niet veranderen. Het huidige collectiviteit beginsel houdt in dat op oudere leeftijd nog met hoge rendementen wordt belegd en de risico’s daarvan worden verspreid over de jonge deelnemers. Omdat iedereen een percentage van zijn middelloon als pensioen ontvangt, maakt dat niet uit. In de WTP wordt voor iedereen een eigen ‘potje’ aan pensioenvermogen berekend. De ouderen die voorheen hebben meebetaald aan het collectiviteit beginsel krijgen dus een kleiner ‘potje’. Zij betaalden wel de lasten maar ontvangen niet de lusten. In de WTP worden cohorten ingevoerd met verschillend gespreide rendementen en risico’s. Deze cohorten en daarbij behorende risico’s worden op leeftijd gebaseerd. Hoe ouder, des te minder risico en rendement. De veronderstelling dat je kunt profiteren van grotere rendementen is daarom onjuist. Ook de indexatie gaat tot het verleden behoren. Wel ontvangen deelnemers die in een hoogconjunctuur met pensioen gaan een hoger bedrag aan uitkering dan diegenen, die tijdens een periode van economische malaise met pensioen gaan. Terwijl zij beiden dezelfde premie betalen. Ik vind de rechtvaardigheid daarvan ver te zoeken.

Tenslotte is er grote behoefte is aan transparantie. De eerste (concept) WTP en MvT werd op internet gepubliceerd. Specifiek gericht aan o.a. de pensioendeelnemers. Er is commentaar geleverd en de MvT is van 200 pagina’s volgens ingewijden naar 400 pagina’s veranderd. En is naar de RVS gestuurd voor commentaar. Iedere financiële instelling publiceert vrijwel dagelijks over de consequenties ervan. Behalve de deelnemers en premiebetalers, zij blijven in het ongewisse. Voor hen blijft de wet geheim tot die aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. En worden uiteindelijk geconfronteerd met een fait accompli. Ik vind dat dat verbetering behoeft.

 

Klaas Knot, hij praat niet over de gevolgen voor gewone mensen

Wilma Berkhout-van Den Heuvel

Zondag 6 februari 2022 Buitenhof met Klaas Knot.

Klaas Knot bij Buitenhof. Pieter Jan Hagens mag luisteren en niet kritisch doorvragen zoals gewoonlijk.

Klaas Knot komt alleen als hij ZIJN verhaal en de door hem voorgeschreven werkelijkheid mag vertellen. Anders weigert hij. HIj komt zenden.

En de door hem voorgeschreven werkelijkheid brengt hij als een noodzakelijkheid. Als ze niet doen wat hij zegt gaat het fout in de wereld en in Nederland in het bijzonder. En passant zegt hij wel als een bange wezel (het ligt niet aan hem en DNB) dat de politiek moet beslissen. Hij draagt geen verantwoordelijkheid lijkt hij te zeggen.

Maar hij praat niet over de gevolgen voor gewone mensen en hun leven en hoe zij in de knel komen door de inflatie en het verhogen van de (vaste) lasten en het wonen niet meer kunnen betalen. De gang naar de voedselbank moeten maken. Die wereld kent hij niet en hij heeft daar ook geen gevoel bij of empathie voor.

Hij preekt de voorgeschreven werkelijkheid (of die van de bankiers van ECB) en die is dat het missen van de belastingopbrengst van box 3 opgevangen moet worden met een hogere vermogensbelasting voor PARTICULIEREN. (Niet binnen box 2, want daar zit 400 miljard van ondernemers vooral in de BV’s, laat staan het ontgaan via off shore constructies).

Je kon er bijna de klok op zetten dat hij opnieuw in dit verband het belasten van de overwaarde de eigen woning van PARTICULIEREN ten tonele zou voeren met als flinterdunne onderbouwing de valse vergelijking met het buitenland, alsof wij nauwelijks vermogensbelasting heffen en de rest wel. Maar het is precies andersom! Het buitenland kent geen dubbele ficties die degenen die juist weinig opbrengst met hun vermogen halen zeer fors belasten en degenen die veel geld binnenhalen met hun vermogen niet belasten. Dát is uniek. Ook hier is Nederland de spookrijder, die zegt dat ieder ander verkeerd rijdt. Hij benoemt ook de valse tegenstelling tussen het belasten van de hardwerkende Nederlander met een tarief van 50 % op zijn loon en de nu 0,55 % van de WOZ-waarde met het eigenwoningforfait in box 1. Alsof harde werkenden daar niet door getroffen worden.

Alsof iedereen die niet meer “hard” werkt de lasten maar moet ophoesten, omdat dat het enige juiste is als je niet (meer) “hard” betaald werkt.

Van het geld van je loon kun je eten en je kunt er mee betalen. Van een fictieve bijtelling van inkomen kun je niets betalen en ondanks de waardestijging kun je je onroerend zaakbelasting of je brood niet met bakstenen kopen. Je moet in je eigen woning wonen. En als je inkomen (AOW en pensioen) dan netto steeds minder waard wordt dan is een dergelijke belasting uiteindelijk desastreus.

Maar daar lijkt hij niet mee te zitten. Klaas Knot schrijft een werkelijkheid voor als noodzakelijk waar de PARTICULIERE ouderen voor moeten opdraaien. Hij heeft vast niet zo een vader en moeder. Hij heeft zelf voldoende centen om oud te kunnen worden zonder geldzorgen.

Maar hij is dan ook iemand uit de groep van 3 % met de 7 vinkjes (lees voor wat dat is het artikel van Joris Luyendijk (de man van het boek “Dat kan niet waar zijn,”) dit weekend in NRC). De ouders van Klaas Knot zitten bij die 3 % zeven vinkjes die Klaas dus ook heeft.

Die mensen kennen geen doorzettingsvermogen, moed, armoede, slecht wonen, niet naar een bepaalde school mogen, tegenslag, de ervaring om buitengesloten te worden door wat ze zijn. Kortom zij hebben geen ervaring wat het is om in het leven te slagen als je niet 7 vinkjes hebt. Want met 7 vinkjes ben je bij voorbaat geslaagd.

Maar Klaas Knot, er zijn veel betere oplossingen mogelijk, die laten zien dat er helemaal geen problemen hoeven te zijn, waarvan alle Nederlanders, ook de ouderen (zij die hard gewerkt hebben en vaak zonder 7 vinkjes) kunnen profiteren.

En 7 vinkjes mens ken maar een soort oplossingsrichting: die oplossingen die gunstig zijn voor de rijken, de ondernemers, de banken en de Zuidas.

Een andere werkelijkheid kent hij niet. Daar zitten geen mensen , maar kille gemiddelde cijfers.

En dat is dan de voorgeschreven werkelijkheid die de nieuwsredacties braaf reproduceren.

nrc.nl

De besten aan de top? Wij hadden alles mee en niks tegen

Essay | Macht: Mannen zoals Joris Luyendijk bepalen welke vaardigheden en eigenschappen belangrijk zijn om topposities te bereiken. Incasseringsvermogen telt niet mee.

contact adres [email protected]

 

‘Rijke’ ouderen moeten inleveren voor ‘arme’ oudjes

Wilma Berkhout   Donderdag 20 januari 2022.

Voor hen die niet op LinkedIn zitten. Deze tekst heb ik op LinkedIn bij het artikel geplaatst.:

“Wat je ziet is dat de discussie (bewust?) verplaatst wordt in de richting van “rijke” ouderen moeten maar inleveren voor de “arme”oudjes met AOW en/of een heel klein pensioen. Dan komen maatregelen als verdere fiscaliseren van de AOW (loopt al jaren sluipend onder de radar) tot en met het niet meer geven van AOW aan hen met een “goed” pensioen. Volgens Jeroen Pauw en Sander Heijne in “Scheefgroei in de polder” is dat al bij € 20.000,-. Daar verbaas ik me dan over. Van Sander Heijne (Fantoomgroei) tot Sander Schimmelpenninck wordt er aangegeven dat grote vermogens ten onrechte niet belast worden. Laat nu de wens om een nieuw aanvullend pensioenstelsel te maken uit de hoek van die grote financiële lobby komen (er vallen nog meer miljarden aan de private pensioenen van 12 miljoen Nederlanders te verdienen). Maar kennelijk hebben journalisten, TV-makers en veel Tweede Kamerleden dat niet door. Het is dan simpel en verleidelijk de oude roep om te nivelleren naar de groep ouderen te verplaatsten en juist hun rechten te verminderen. Maar de echte rijken, (waaronder ook de staat Nederland) ontspringen zo mooi de dans. Dan is het lekker makkelijk roepen dat 2,5 miljard voor AOW verhoging te duur is. Laat de gepensioneerden maar betalen of ze nu wel of geen werkend leven aan AOW én aanvullend pensioen betaald hebben.

In 1994 verloor het CDA 20 zetels. Dat gaat nu niet meer maar weggevaagd ”

at je ziet is dat de discussie (bewust?) verplaatst wordt in de richting van “rijke” ouderen moeten maar inleveren voor de “arme”oudjes met AOW en/of een heel klein pensioen. Dan komen maatregelen als verdere fiscaliseren van de AOW (loopt al jaren sluipend onder de radar) tot en met het niet meer geven van AOW aan hen met een “goed” pensioen. Volgens Jeroen Pauw en Sander Heijne in “Scheefgroei in de polder” is dat al bij € 20.000,-. Daar verbaas ik me dan over. Van Sander Heijne (Fantoomgroei) tot Sander Schimmelpenninck wordt er aangegeven dat grote vermogens ten onrechte niet belast worden. Laat nu de wens om een nieuw aanvullend pensioenstelsel te maken uit de hoek van die grote financiële lobby komen (er vallen nog meer miljarden aan de private pensioenen van 12 miljoen Nederlanders te verdienen). Maar kennelijk hebben journalisten, TV-makers en veel Tweede Kamerleden dat niet door. Het is dan simpel en verleidelijk de oude roep om te nivelleren naar de groep ouderen te verplaatsten en juist hun rechten te verminderen. Maar de echte rijken, (waaronder ook de staat Nederland) ontspringen zo mooi de dans. Dan is het lekker makkelijk roepen dat 2,5 miljard voor AOW verhoging te duur is. Laat de gepensioneerden maar betalen of ze nu wel of geen werkend leven aan AOW én aanvullend pensioen betaald hebben.

Opschorten van contributie aan politieke partijen

Allereerst het item over de AOW speelt al geruime tijd binnen de VVD, het is begonnen in maart 2021 (zie bijlage) de SIS heeft hier verder geen aandacht aan besteed,  daarna is het opgepakt door de Club senioren onder de naam HIP (Herstel index pensioenen) zij hebben dit onderwerp altijd op een correcte wijze willen behandelen ,ook met een motie (zie bijlage) welke op de algemene vergadering van de VVD is overgenomen, echter wat schets onze verbazing het betreffende tweede kamer lid Bart Smals geeft hieraan geen gehoor dit betreuren wij ten zeerste !

De VVD heeft voor de verkiezingen expliciet belooft dat de AOW wel gekoppeld zou blijven aan het minimumloon, echter het tegenovergestelde gebeurt (zie ook het verkiezingsprogram VVD)

De senioren willen zeker naar aanleiding van het stuk in de telegraaf, en daarna de uitleg van de nieuwe fractievoorzitter van D66 ,met de zinssnede wij moeten de senioren binnen onze club rustig krijgen! Wanneer wordt er eens gepraat met de ouderen en niet alleen over hen!

Vergeet niet de jongeren van nu zijn de volgende generatie die hiermee te maken krijgen!

Toch willen een groot aantal VVD Senioren verspreid over het land, het op een fatsoenlijk manier onder de aandacht brengen van alle senioren in Nederland, daar waar praten stopt, zal er op een andere manier druk op de ketel moeten komen. Zij hebben een mail gestuurd naar de politiek partijen Senioren VVD-D66-CDA-CU met een oproep aan de Senioren van deze partijen om hun lidmaatschap niet op te zeggen, “maar hun contributie op te schorten” totdat de koppeling hersteld is.

Wij zijn met een groot aantal in Nederland en zijn de trouwe aanhangers van de politieke partijen dus zet ons niet buitenspel, wij willen dat beloften worden nagekomen en vinden het dan ook vervelend om dit te moeten inzetten als drukmiddel.

VVD senioren HIP (Herstel index pensioenen)

Geachte medestrijder in strijd tegen de PENSIOENROOF

December 2021

Geachte medestrijder in strijd tegen de PENSIOENROOF

Ik ben een lijst aan het samenstellen, van gepensioneerden die echt in actie willen komen tegen de pensioenroof.

Naam actie : STA OP VOOR JE PENSIOEN EN INDEXATIE

Indien u op deze lijst wilt komen, geef dan aub uw NAW gegevens aan mij door.

Dus naam, straat, woonplaats, telefoon en email adres.

Hopelijk gaat dit werken als een olievlek, zoveel mogelijk verspreiden in uw omgeving.

Bedankt

Henk Sintnicolaas

[email protected]

 

Hoge leeftijd mag toegang tot krediet niet blokkeren

Hoge leeftijd mag toegang tot krediet niet blokkeren

Discriminatie Banken passen eenzijdig de kredietvoorwaarden voor ouderen aan. Dat is je reinste leeftijdsdiscriminatie, vindt Marcel Sturkenboom.

Ouderen bij een pinautomaat in Rotterdam. Foto ANP

Contant betalen komt steeds minder voor. De coronacrisis heeft deze ontwikkeling in een stroomversnelling gebracht. Andere vormen van betalen, zoals via een betaalrekening of een creditcard, worden onmisbaar. Dit vereist een soepele, gebruikersvriendelijke beschikbaarheid van dergelijke betaalmogelijkheden. Dit geldt zeker voor ouderen, van wie een deel toch al moeite heeft met de overschakeling op nieuwe, digitale betaalvormen.

Marcel Sturkenboom is directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB.

De meeste ouderen zijn vertrouwd met digitaal betalen, met winkelen met een pinpas of vakantie-uitgaven doen met een creditcard. De meeste Nederlanders beschikken over een voorbeeldige financiële moraal en dat geldt zeker voor senioren. Het is niet aannemelijk dat senioren boven een bepaalde leeftijd zich ineens collectief in schulden steken die ze nooit meer kunnen terugbetalen.

Helaas hebben veel banken minder vertrouwen in de solvabiliteit en de moraal van de ouder wordende klanten die hen groot gemaakt hebben. Er bestaan verschillen tussen financiële dienstverleners, maar boven een bepaalde leeftijd wordt het steeds moeilijker om nog consumptief te kunnen lenen. ABN Amro bijvoorbeeld verlaagt voor cliënten vanaf hun 70ste maandelijks het bedrag dat zij rood kunnen staan. International Card Services (ICS), een belangrijke uitgever van creditcards, blokkeert de Gespreid Betalen Faciliteit vanaf 1 september 2021 voor mensen die 75 worden. Dat is niet zo handig als je een paar weken in het buitenland zit en daar een wat groter bedrag ineens moet betalen.

Overlijdensrisico

Er bestaan diverse redenen waarom financiële dienstverleners kredietmogelijkheden afbouwen naarmate mensen ouder worden. Voor een deel is het logisch dat de leencapaciteit afneemt wanneer senioren na hun AOW-gerechtigde leeftijd een lager inkomen hebben. Een andere reden is het hogere overlijdensrisico van ouderen. Financiële instellingen zijn bang dat hun schulden na overlijden niet volledig meer afgelost worden.

Lees ook: Hoelang zal ik leven?

Maar de manier waarop veel financiële dienstverleners in dit verband met hun klanten omgaan getuigt van weinig respect. Leveringsvoorwaarden worden eenzijdig aangepast. De toegang tot financiële diensten wordt categorisch afgebouwd of zelfs afgesneden op grond van de leeftijd. Van een redelijke inschatting of het terugbetalingsrisico (mede gelet op het inkomen, vermogen en de betalingsgeschiedenis van een bepaalde cliënt) werkelijk zo groot is, is geen sprake. Dat is je reinste leeftijdsdiscriminatie. De klant heeft op deze manier niets meer te vertellen, terwijl banken hun producten eerst willens en wetens aan de mensen hebben verkocht en ze er vervolgens afhankelijk van hebben gemaakt.

Het is te gek voor woorden dat de banken hun oudere klanten niet serieus nemen. Het aangaan van een dialoog en kredietverstrekking op basis van een redelijke inschatting van persoonlijke omstandigheden is het minste wat nodig is. Als stok achter de deur om verbetering af te dwingen doet de wetgever er verstandig aan het verbod op leeftijdsdiscriminatie aan te scherpen. Gezien de economische ontwikkelingen in coronatijd is het immers meer dan ooit van belang de toegankelijkheid van financiële diensten en betaalmogelijkheden voor senioren te waarborgen.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC in de ochtend van 17 augustus 2021

 

Nieuw pensioenstelsel voor werkgevers nog ver-van-mijn-bedshow

Onderzoek Aegon: nieuw pensioenstelsel voor werkgevers nog ver-van-mijn-bedshow

10 juni 2021  De helft van de werkgevers is niet of onvoldoende bekend met het pensioenakkoord. Hoe kleiner het bedrijf, des te lager het kennisniveau.

Dit komt naar voren uit onderzoek dat Ipsos heeft uitgevoerd in opdracht van Aegon Cappital. Daarbij is gesproken met personen die verantwoordelijk zijn voor pensioen binnen hun organisatie. Vooral voor het mkb is er volgens de onderzoekers nog werk aan de winkel om de kennis over het stelsel op niveau te krijgen.

Dit is de top 5 vragen van werkgevers aan pensioenadviseurs

Uit het onderzoek blijkt verder dat het gebrek aan kennis vaak zorgt voor een neutrale beoordeling van het akkoord. Pensioenverantwoordelijken weten simpelweg nog lang niet altijd wat ze er van moeten vinden. Er leven wel veel zorgen binnen het bedrijfsleven en er zijn vragen als: gaan mijn werknemers er niet op achteruit?, gaat dit mijn bedrijf niet heel veel geld kosten? en gaat het lukken om tijdig te implementeren? Opvallend daarbij is volgens Aegon dat met het toenemen van de kennis er ook meer zorgen zijn. Werkgevers die meer weten over het nieuwe stelsel zijn vooral bevreesd niet op tijd klaar te zijn.

Veel veranderingen voor werkgevers

Kabinet en werknemers- en werkgeversorganisaties kwamen in 2019 tot overeenstemming over de vorm van het nieuwe pensioenstelsel. Dit pensioenakkoord betekent dat er veel werk aan de winkel is bij organisaties, omdat er veel verandert. Inmiddels is al duidelijk dat er zoveel moet worden gedaan dat het kabinet heeft besloten de invoering met een jaar op te  schuiven naar 1 januari 2027.

Dit zijn de keuzes voor  werkgevers die verzekerde regelingen willen voortzetten

 

 

Pensioenakkoord laag op de agenda

Het uitstel is volgens Aegon geen overbodige luxe nu uit het onderzoek blijkt dat bij de meeste werkgevers het pensioenakkoord niet hoog op de agenda staat. Van de 250 ondervraagde werkgevers is 12 procent totaal onbekend met het pensioenakkoord. En nog eens 34 procent heeft er wel van gehoord, maar weet niet wat het inhoudt. Toch realiseren werkgevers zich dat ze verantwoordelijk zijn voor het pensioen van hun werknemers en in actie moeten komen.

Wanneer bedrijven geen actie ondernemen, ontstaat in 2026 een stuwmeer waarbij adviseurs en uitvoerders tegen capaciteitsissues aanlopen

Voor veel werkgevers is er zoveel onduidelijk dat er maar weinig organisaties zijn die zich actief voorbereiden op het nieuwe stelsel. Inmiddels heeft de helft weliswaar hiermee een begin gemaakt, maar dat houdt niet veel meer in dat ze zich hebben ‘ingelezen’. “Een groot risico is dat bedrijven actie hierop blijven uitstellen”, zegt ceo Marianne de Boer van Aegon Cappital. “Mogelijk ontstaat er dan een stuwmeer in 2026 waarbij adviseurs en uitvoerders tegen capaciteitsissues aanlopen. De overheid en de pensioensector moeten werkgevers gaan stimuleren, want als een werkgever begin 2027 niet klaar is, heeft dat gevolgen voor zijn pensioenregeling. Zijn pensioenuitvoerder mag de bestaande regeling dan simpelweg niet meer uitvoeren.”

Werkgevers willen duidelijke communicatie

Met het juiste kennisniveau zien werkgevers de voordelen van het pensioenakkoord en zijn ze eerder bereid te starten met de voorbereiding. Pensioenuitvoerders kunnen volgens de onderzoekers een belangrijke rol spelen om de kennis op niveau te krijgen. Werkgevers verwachten van hen dat duidelijk én op tijd wordt gecommuniceerd wat het pensioenakkoord inhoudt, wat de gevolgen zijn voor werknemers en wat de kosten zijn.

 

Aanbevelingen KBO-Brabant aan informateur Hamer

Persbericht – 17 Juni 2021

Aanbevelingen KBO-Brabant aan informateur Hamer

KBO-Brabant, zelfstandige belangenvereniging van 125.000 senioren, heeft in een brief van 16 juni acht aanbevelingen gestuurd aan informateur Mariëtte Hamer ten behoeve van de kabinetsformatie en het aanstaande regeerakkoord. De brief en de bijlagen zijn toegevoegd aan dit persbericht. Lees verder