De Overheid en Onze Pensioenen

door Johan van der Veen, Ouderen in opstand

Naar aanleiding van recente berichten over het ABP, ben ik de geschiedenis van de pensioenen en dan met name de rol van de overheid de laatste decennia daarin nagegaan. Een lang verhaal, dankzij de firma “List en bedrog”, die zich ook wel overheid noemt.

In het begin in de jaren ’80 verkeerde Nederland in crisis en de overheid had geld nodig. Het ABP was toen nog van die overheid. Over de hoogte van de premies besliste het parlement.

Onder de kabinetten Lubbers was het een gewoonte geworden de pensioenpremies die het Rijk als werkgever verschuldigd was, te verlagen. Dit gebeurde middels de zogenaamde Uitnamewetten. De premies waren daardoor niet kostendekkend en de vermogenspositie van het ABP bleef in toenemende mate achter bij de verplichtingen. Het meest schokkende was de achterstand van de overheidswerkgevers in premiebetalingen. In 1992 was deze al opgelopen tot 32,86 miljard gulden. Verder besloot de overheid om de het grootste gedeelte van de VUT, de regeling waarmee oudere werknemers eerder konden ophouden met werken, uit de reguliere pensioenpot van het ABP te betalen. Toen het ABP in 1996 werd verzelfstandig, los van de overheid kwam, zat er bijna 33 miljard gulden, 15 miljard euro, minder in de pot dan te verwachten was geweest. Geld van werknemers dat in feite naar de schatkist is doorgesluisd. Het is onbegrijpelijk waarom de vakcentrales hebben ingestemd met het schrappen van deze schuld.

Eind oktober 2008, bij het begin van de kredietcrisis bedroeg het Nederlandse pensioenvermogen 1085 miljard euro. Tijdens de kredietcrisis werden de pensioenpremies wederom als middel gebruikt om economische politiek te bedrijven.

In 2003 had meer dan de helft van de deelnemers bij de pensioenfondsen een eindloonregeling. In 2014 was dat nog maar 0,4%. De eindloonregeling, waarbij het pensioen is gebaseerd op het laatst verdiende loon, werd vervangen door de voor de werkgevers goedkopere middelloonregeling, waarbij het pensioen is gebaseerd op het aantal pensioenjaren en het salarisverloop in deze jaren.

In vergelijking met 2012 is de pensioenopbouw van 2,25% naar 1,875% gedaald. Een daling van 16,67%! De regering heeft hiertoe aangezet en de besturen van de pensioenfondsen, waarin ook de vakbonden zitting hebben, zijn ermee akkoord gegaan. En natuurlijk gaat een lagere pensioenopbouw gepaard met een lagere pensioenpremie. Voor wie is dit gunstig? De overheid profiteert hiervan, omdat zij over een hoger bruto salaris belasting kan heffen en dus meer belasting ontvangt. Verder hoeft zij minder te betalen voor het werkgeversdeel van haar eigen werknemers. De schatkist profiteert. Verder profiteren de werkgevers: zij hoeven minder bij te dragen aan het werkgeversdeel voor hun werknemers, terwijl die werknemers omdat ook zij minder premie hoeven te betalen, er in netto loon op vooruit gaan. De werkgevers hoeven de cao-lonen dus niet te verhogen, terwijl de werknemers er toch in iets koopkracht op vooruit gaan. Velen hebben helaas niet door dat dit ten koste van hun pensioen gaat.

Eind 2006 wordt de Pensioenwet 2006 aangenomen. In deze wet wordt voor het eerst de marktwerking ten tonele gevoerd. Dit houdt o.m. in dat het pensioenvermogen gewaardeerd dient te worden op basis van de marktrente, waarvoor de risicovrije interbancaire swaprente wordt gekozen. Bij invoering van de wet was deze hoger dan de tot dan gehanteerde rekenrente. En dat betekende opnieuw een lagere pensioenpremie. Maar ja, toen barstte in 2008 de financiële crisis los en dook de rekenrente en daarmee de dekkingsgraad van de pensioenfondsen omlaag.

Eind 2014 nam de Eerste Kamer de wet Aanpassing financieel toetsingskader aan. Hiermee worden de pensioenfondsen verplicht nog hogere buffers aan te leggen dan sinds 2006 al moest. In de Eerste Kamer stemden voor deze aanpassing: VVD, PvdA, D66, GroenLinks en ChristenUnie. De SGP was afwezig, maar had in de Tweede Kamer wel voorgestemd. Ik stel hierbij twee vragen: is het niet vreemd de premies te verlagen, terwijl deze aanpassingswet hogere buffers vereist? En waarom hield Klijnsma de dekkingsgraad gekoppeld aan de marktrente, terwijl Draghi, de president van de ECB, op dat moment al bezig was met zijn politiek van een lage rente? De politieke partijen hadden kunnen weten dat door het vasthouden aan deze koppeling de pensioenen in gevaar zouden komen.

Een andere consequentie van de Pensioenwet 2006 is dat sinds het begin van de kredietcrisis in 2008 de pensioenfondsen, een enkele uitzondering daar gelaten, de pensioenen niet meer hebben geïndexeerd. Enkele fondsen hebben zelfs moeten korten. Als gevolg hiervan is de koopkracht van gepensioneerden gemiddeld met ongeveer 12% gedaald. Het bovengenoemde toetsingskader zal het koopkrachtverlies alleen nog maar bevorderen, omdat de dekkingsgraad van de fondsen gekoppeld is aan de kunstmatig laag gehouden marktrente. En ook hier worden we bedonderd. Want de rendementen van de pensioenfondsen zijn helemaal niet gelijk aan de lage marktrente, nee zij bedragen jaarlijks tussen de 4 en 6%. Zo deelde het ABP zijn deelnemers onlangs nog mee, dat een verlaging van de pensioenen in 2017 een reële mogelijkheid blijft en dat het rendement over het tweede kwartaal 3,9% bedroeg. Hoe valt dit te rijmen? Hierbij dan nog even de opmerking dat het totale Nederlandse pensioenvermogen tussen eind 2008, het begin van de kredietcrisis, en eind maart 2016 van 1085 miljard euro naar 1415 miljard groeide. Mijn conclusie: er is genoeg geld in kas. Korten is zeker niet nodig.

Vorig jaar sloten de vakcentrales CNV, CMHF en Ambtenarencentrum een nieuwe ambtenarencao met de minister van binnenlandse zaken. Een onderdeel van deze cao is de aanpassing van de indexeringssystematiek van pensioenen. Het systeem gaat met ingang van 2016 van een indexatie op basis van de gemiddelde loonstijging (toename van de welvaart) in Nederland naar prijsindexatie op basis van de gemiddelde prijsstijging. Voor ambtenaren en onderwijzers betekende dit dat zij minder pensioenpremie gaan afdragen, waardoor hun nettoloon gemiddeld met een half procent stijgt. De FNV ondertekende deze cao niet. De minister, CNV, CMHF en Ambtenarencentrum offerden daarmee een stuk pensioenopbouw op voor loonsverhoging. En daarbij komt nog dat de loonsverhoging van 800.000 ambtenaren en mensen in het onderwijs wordt bekostigd uit de pensioenen en pensioenopbouw van alle 2,8 miljoen deelnemers aan het ABP. Over verdeel en heers gesproken.

Intussen beweren PvdA, VVD, GroenLinks, D66, ChristenUnie en SGP dat het pensioenstelsel niet meer houdbaar zou zijn. Enkele ouderenbonden gaan hier geheel ten onrecht in mee. Zo zouden jongeren onevenredig bijdragen en zou er behoefte aan individuele pensioenpotjes zijn. Het onevenredig bijdragen door jongeren is intussen door verschillende deskundigen ontkracht. De jongeren liften op dit moment mee op de inleg van de ouderen, die inlegden gedurende een lange periode van heel hoge rendementen. En het pleidooi voor individuele potjes komt vooral uit de hoek van VVD en D66, de kampioenen van het individu, de vijanden van de solidariteit. Het is nog zeer de vraag of de gemiddelde Nederlander moeilijke pensioenbeslissingen zelf kan of wil nemen.

Op het argument dat de jaarlijkse inkomsten aan premies hoger zijn dan de uitgaven en dat er voldoende geld is om zonder moeite vijftig jaar uit te keren, komt noch van de overheid noch van de pensioenfondsen een reactie. En een reactie blijft eveneens uit op de stelling dat de rendementen van de pensioenfondsen veel hoger liggen dan de rekenrente van Klijnsma, en dat er dus niet gekort hoeft te worden. Kennelijk hebben het kabinet en de pensioenfondsen een eigen (geheime?) agenda.

Op 15 juni, ruim voor het Brexit-referendum van 23 juni ontving de regering de Europese pensioenrichtlijn, een stuk dat regelt hoe binnen de EU met de pensioenen moet worden omgegaan. De EU gaf de nationale regeringen de opdracht het stuk niet voor het Brexit-referendum publiek te maken. Het zou de Britten eens af kunnen schrikken. Op 28 juni werd het honderd pagina’s tellende stuk aan de Kamer beschikbaar gesteld, om het op 29 juni te bespreken. Over nauwkeurige procedures gesproken! Toen kamerlid Pieter Omzigt van het CDA, boos omdat hij het stuk niet zorgvuldig had kunnen bestuderen, een motie indiende om de regering op te roepen niet met de richtlijn akkoord te gaan, werd deze door VVD, PvdA, D66 en GroenLinks verworpen. Waarom deze onzorgvuldige procedure, waarom deze lange geheimhouding? Hoewel deskundigen nog discussiëren over de vraag of De Nederlandse Bank echt een veto kan en zal uitoefenen als een pensioenfonds naar een andere lidstaat wil emigreren, is het wel duidelijk dat de EU meer invloed op de Nederlandse pensioenen krijgt. De waarde die Nederlandse pensioenen vertegenwoordigt, is op dit moment 60% van het totale Europese pensioenvermogen, dat van de Britten uiteraard niet meer meegerekend. En een groot deel van de Duitse pensioenen valt buiten deze richtlijn. Waarom?

Dat de overheid niet zoveel met ons huidige pensioenstelsel op heeft, blijkt uit het volgende: vanaf 1 januari 2016 is het mogelijk een algemeen pensioenfonds (APF) op te richten. Een APF is een pensioenfonds dat één of meer pensioenregelingen uitvoert. Een soort administratiekantoor voor vooral kleinere fondsen, waarbij de vermogens van de aangesloten fondsen gescheiden blijven. Niet alleen bestaande pensioenfondsen kunnen een APF oprichten, maar ook derden zoals verzekeraars of pensioenuitvoeringsorganisaties. En met de verzekeraars komt de particuliere markt binnen. In juni van dit jaar kwam Aegon als eerste met een dergelijke fonds, waarbij werkgevers ook de mogelijkheid wordt geboden om van pensioencontracten op middelloonbasis over te stappen naar goedkopere pensioenregelingen met minder harde garanties en daardoor lagere premies. Dat laatste is vooral gunstig voor de werkgevers Het is duidelijk waar de overheid staat.

Intussen gaat er deze zomer geen dag voorbij of de media berichten dat er op de pensioenen gekort zal worden. Hoe hoog de kortingen zullen zijn, vermeldt niemand. Het lijkt erop alsof er een sfeer van angst wordt geschapen om de geesten rijp te maken voor het nieuwe pensioenstelsel dat vooral de wens van deze regering lijkt te zijn.

De koopkracht van gepensioneerden is de afgelopen jaren gemiddeld 12% gedaald. In 2015 lieten VVD, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP de ouderen op een niet mis te verstane manier in de steek. Want de lastenverlichting van 5 miljard voor 2016 kwam vooral de werkenden ten goede. Ouderen met alleen AOW of met AOW en een klein pensioen gingen er achter de komma iets in koopkracht op vooruit.

Intussen dreigen de pensioenfondsen met kortingen. Indien er een korting van 10% over de komende 10 jaar wordt uitgesmeerd, gaat de achterstand in koopkracht richting 25%, Zuid-Europese toestanden. En dit, terwijl er geld genoeg is.

En nu komen de verkiezingen eraan. Op de tegenvallende koopkrachtcijfers van het CPB reageerden VVD, PvdA en D66 vol ijver met de opmerking dat een reparatie noodzakelijk is. Een doorzichtige truc om kiezers te winnen. Die reparatie zal ongetwijfeld uit belastingmaatregelen bestaan. En dat betekent het volgende: onze rechten die in de pensioenen zitten, worden door kortingen afgebroken en daarvoor krijgen we belastingvoordeeltjes terug. En wat doet de regering als de economie terugloopt, omdat de Brexit tegenvalt of omdat Trump president wordt, juist dan worden dit soort voordelen ogenblikkelijk in het landsbelang ingetrokken, en blijven een AOW, die mogelijk gefiscaliseerd gaat worden, en een uitgekleed pensioen over.

In dit artikel heb ik met regelmaat politieke partijen genoemd. Ik zou zeggen trek je conclusies. Met meer dan 3 miljoen gepensioneerden en een 1 miljoen mensen die binnen afzienbare tijd met pensioen gaan, vormen we een politieke macht. Bij de verkiezingen zijn we, afhankelijk van de kiesdeler, goed voor ruim 60 zetels, voldoende om de partijen die zich niets aan ouderen gelegen laten liggen een flinke afstraffing te bezorgen.

En mensen die zich samen met mij tijdens het verkiezingscircus willen laten horen, kunnen contact opnemen: 06 – 13772535.

 Naar aanleiding van dit verhaal wijst Verontruste Ouderen graag ook nog even naar de Kieswijzer van de KBO-Brabant op onze site.