Wat is er mis met ons pensioenstelsel?

Deze vraag horen we de laatste tijd steeds vaker. En nooit komt er een duidelijk antwoord. Jongeren geloven de fabel dat pensioenpotten door ouderen worden leeggeroofd, en ouderen staan op hun achterste benen omdat zij hun inkomen door niet-indexeren en (mogelijk) korten van hun pensioen achteruit zien hollen. Ouderen komen hiertegen in opstand omdat in hun ogen dit een onterechte en onverdiende behandeling is. Ouderen vinden echter met hun verhaal geen gehoor bij de politiek, terwijl jongeren al helemaal niet serieus met hun pensioen bezig zijn om daarin een bondgenoot te vinden. Het hele pensioenverhaal is een gecompliceerd gebeuren dat wellicht op de volgende manier wat meer inzichtelijk gemaakt kan worden. Dit verhaal speelt zich af in twee werelden, de reële en de virtuele wereld.

In de reële of werkelijke wereld opereren pensioenfondsen om door middel van beleggingen zo goed mogelijk de pensioenaanspraken van ALLE pensioendeelnemers (zowel werkenden als reeds gepensioneerden) veilig te stellen. Zij slagen daar behoorlijk goed in door gedurende een lange reeks van jaren gemiddeld zo’n 6-7% rendement per jaar te behalen. Er zijn daarnaast studies betrokken op die reële wereld die laten zien dat over een aaneengesloten periode van 80 jaar (inclusief de grote depressie rond 1930) een gemiddeld rendement van 6% per jaar op beleggingen met de juiste asset mix mogelijk is (ref: nederlandse-pensioentoezichthouder-is-te-voorzichtig-in-berekening-dekkingsgraad). Een pensioenfonds als het ABP verdient in de reële wereld ongeveer 5 keer meer aan beleggingen als er aan pensioenen moet worden uitgekeerd. Ofwel in getallen: aan de beleggingen zal in 2016 zo’n 38 miljard euro verdiend worden terwijl in dat zelfde jaar “slechts” 7,5 miljard aan pensioen wordt uitgekeerd. In 2016 zal het vermogen van het ABP dus met zo’n 30 miljard euro groeien. En dat gaat maar door, jaar op jaar wordt ongeveer 4 keer zoveel aan het vermogen toegevoegd als er wordt uitgekeerd. En dat alles nog zonder de inleg van de huidige werkende deelnemers. Uit demografische gegevens (ook de reële wereld) weten we dat rond 2040 het aantal gepensioneerden een top bereikt en dan ruwweg is verdubbeld. Tegen die tijd is het vermogen van het ABP meer dan verdubbeld (rente op rente à 4% per jaar) en zal de opbrengst uit beleggingen tegen de 100 miljard euro per jaar bedragen. Hiervan moet dan 15 miljard aan pensioen worden uitgekeerd (uiteraard in de euro’s van 2016). Na 2040 neemt het vermogen alleen maar verder toe terwijl het uit te keren bedrag aan pensioenen juist zal dalen. Een soortgelijk verhaal geldt ook voor de andere pensioenfondsen. In de reële wereld raken de pensioenpotten dus alleen maar voller en voller en voller ……

De virtuele wereld is die van de toezichthouders die proberen om op basis van ter discussie staande modellen ver in de toekomst te kijken, en van politici die zich in hun beslissingen laten leiden (influisteren is in deze misschien een beter woord) door diezelfde toezichthouders. Dit is ook de wereld van het FTK (financieel toetsingskader), de rekenrente en de dekkingsgraad. In deze wereld wordt verondersteld dat pensioenfondsen over een lange reeks van jaren geen hoger rendement op beleggingen zullen behalen dan 1%, dit ongeacht het rendement in de reële wereld. Dat percentage wordt bepaald door de marktrente, en die is zoals we weten dankzij Draghi en de ECB kunstmatig laag. Het ABP wordt in die virtuele wereld dus geacht in 2016 slechts zo’n 3,5 miljard euro op de beleggingen te verdienen. En dat terwijl in de reële wereld dit bedrag alleen in het 1e kwartaal al met een factor 4 werd overschreden. Natuurlijk kan uit die 3,5 miljard nooit de pensioenverplichting van 7,5 miljard betaald worden. En dus is de dekkingsgraad onder de 100% gezakt. In de virtuele wereld verkeert het pensioenfonds in zwaar weer, en teert in op het eigen vermogen. En als deze situatie te lang aanhoudt dan zal er gekort moeten worden, volgens de regels van de virtuele wereld. Merk overigens op dat het vermogen van het ABP in deze virtuele wereld met meer dan een factor 2 moet toenemen om voldoende met beleggingen te verdienen om de pensioenen hieruit te kunnen betalen. Dit in tegenstelling tot de reële wereld. Maar er is nog meer aan voorschriften in die virtuele wereld. Als een pensioenfonds in zwaar weer terecht komt dient dat fonds van de toezichthouder zogenaamd risicovrij te gaan beleggen, wat neerkomt op beleggen in “risicovrije” staatsobligaties. En die brengen dus niets op, zoals we allemaal weten. In tegendeel, iemand die actief belegt (en ik doe dat) weet dat je nu vooral weg moet blijven van obligaties omdat deze bij het stijgen van de rente (en dat gaat die weer doen) al snel niets meer waard worden. Als de rente van 1% naar 2% stijgt zal de waarde van een 1% obligatie met een resterende looptijd van 10 jaar met zo’n 8% dalen. Deze daling loopt op tot bijna 19% voor een obligatie met een 30 jarige looptijd. Over een risicovrije belegging gesproken. Maar er is nog veel meer vreemd aan dat FTK in de virtuele wereld. Het verhaal zou echter veel te complex worden als ik ook daar op in zou gaan. Dus dat laten we voor een volgende keer.

De huidige onrust rond de pensioenen wordt veroorzaakt doordat, als gevolg van de maatregelen van de ECB en Draghi en de politieke keuzes ten aanzien van het FTK, beide werelden uit elkaar zijn gedrift. Met als gevolg dat in de virtuele wereld de indruk ontstaat dat de pensioenpotten onder druk staan, terwijl in de reële wereld juist het tegendeel het geval is. Er zijn grote overschotten, die in de toekomst ook met oplopende pensioenverplichtingen tot 2040 alleen maar groter worden. De enige oplossing is beide werelden weer dichter bij elkaar te brengen, wat betekent dat in de virtuele wereld wordt geaccepteerd dat resultaten van beleggingen in het algemeen beter zijn dan door de huidige kunstmatig lage rekenrente wordt aangegeven. Ofwel de dekkingsgraad dient meer gekoppeld te worden aan de behaalde beleggingsresultaten. Inmiddels hebben ook de economen en ex-bewindslieden van PvdA huize Vermeend en van der Ploeg zich in hun column in de Telegraaf van 25 september geschaard bij de groep die pleit voor een vaste rekenrente van 4% voor de komende decennia. Hiermee zouden beide werelden weer dichter bij elkaar komen en kan de dekkingsgraad in de virtuele wereld stijgen met een percentage van zo’n 45% tot 135%, dus ruim boven het percentage waaronder indexering niet is toegestaan. En dit zal iedereen, zowel werkenden als gepensioneerden, ten goede komen.