Opiniestuk over drie procent BTW verhoging

En weer doet dit kabinet iets om de tweedeling in de maatschappij te vergroten. Ieder gezin moet door die 3% verhoging gemiddeld € 300 op jaarbasis meer betalen voor de eerste levensbehoeften. Pleister op de wonde: er komt lastenverlichting voor de werkenden, waardoor zij er per saldo iets beter van worden.
De inflatie stijgt door dit besluit wel met 0,6%.

Wie zijn de dupe van dit handelen: de werkelozen en de gepensioneerden. Keer op keer worden de zwaksten van de maatschappij (want geen economische macht) gepakt. Wel de dividend-belasting voor internationals verlagen voor ca. 2 miljard euro. Het is langzamerhand onbegrijpelijk, dat Rutte c.s. hiermee wegkomen.

In het regeerakkoord staat dat er individuele pensioenpotjes moeten komen, omdat we af moeten van abstracte aanspraken, die leiden tot teleurstellingen. Je moet wel lef hebben en een gigantisch bord voor je kop, als veroorzaker van die teleurstellingen. We hebben het een na beste pensioenstelsel van de wereld, maar dankzij het ingrijpen van de politiek (aangestuurd door DNB en CPB) is er al 9 jaar niet geïndexeerd. Het vermogen van alle pensioenfondsen is meer dan verdubbeld in die periode. Thans meer dan € 1.400 miljard. Waarom is dat zo? Omdat in het Ftk regels zijn opgenomen, die indexatie nagenoeg onmogelijk maken.

Even voor een goed begrip. Pensioenfondsen hebben een lange termijn horizont, zeg 30 – 40 jaar. Maar zij worden afgerekend op basis van een rekenrente, afgeleid van de marktrente voor beleggingen met een (zeer) laag risico. DNB stelt die rente vast, die dus heftig kan fluctueren. Daar is geen beleid op te maken. Als we dan weten, dat gedurende twintig jaar rendementen zijn behaald van gemiddeld 7%, terwijl de rekenrente in de laatste 9 jaren schommelt tussen de 0,9% en de 1,5%, waartegen de verplichtingen van de fondsen moeten worden berekend, dan moge duidelijk zijn, dat de politiek heel wat heeft uit te leggen. In de Pensioenwet staat, dat het bezit van de fondsen moet worden vastgesteld tegen marktwaarde en dat is iets anders dan marktrente, maar geen politicus die daartegen in het geweer komt. Het lijkt er op, dat de VVD , daarin vooral gesteund door D66 (Koolmees), maar ook door de andere coalitiepartijen, de belangen van de gepensioneerden wil verminderen, ten gunste van wie?

Overigens heeft het niet indexeren evenzeer negatieve gevolgen voor de pensioenopbouw van de werkenden.

In een toelichting op de wijzigingsvoorstellen (Kamer stuk 33847) in 2014) om de pensioenopbouw te verlagen wordt als argument gebruikt, dat dit de economie zal stimuleren, omdat daardoor minder premie behoeft te worden betaald, wat de Nederlandse concurrentie positie verbetert. Het is dan vreemd, dat niemand als argument inbrengt, dat indexatie van de pensioenen evenzeer de economie stimuleert. Inmiddels is door het achterblijven van de indexatie gemiddeld 14% verloren gegaan, ofwel ruim een maandsalaris. Indien je de maandelijkse uitkeringshoogte van alle pensioenen op gemiddeld € 1000 stelt, dan betekent dat bij 3 miljoen gepensioneerden een inkomens achteruitgang van 3 miljard euro op jaarbasis. Drie miljard pompen in de economie geeft een behoorlijke impuls, terwijl het nauwelijks van invloed is op de vermogenspositie van de pensioenfondsen.

Wie dit nog begrijpt, mag het zeggen.

Jur Bezema (op persoonlijke titel)
Lid ledenraad Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen.

Over pensioenen, enige beschouwingen

Een van onze actieve leden schreef onlangs onderstaand artikel, dat ik u niet wil onthouden. Het voordeel van de huidige tijd is wel dat we veel sneller met elkaar kunnen communiceren en daar maken we graag gebruik van.
Quote:
Onlangs las ik twee artikelen van hoogleraren, die mij uit het hart waren gegrepen, te weten:
1. Govert Buijs, hoogleraar politieke filosofie en levensbeschouwing VU Amsterdam en
2. Thijs Lijster, assistent hoogleraar filosofie in kunst en cultuur, R.U. Groningen.
Dhr. Buijs uitte daarin zijn grote bezorgdheid aangaande de huidige opleidingen economie en MBA Bedrijfskunde. Een Amerikaanse studie heeft uitgewezen dat deze opleidingen in feite een training is in egoïsme. Winstbejag en welbegrepen eigenbelang zouden leiden tot het optimale resultaat voor allen. Dat zulks lang niet altijd het geval is staaft hij met het voorbeeld van de huidige situatie voor de thuiszorg, waar openbare aanbestedingen er in resulteren dat de laagste inschrijver de klus wordt gegund. Kwaliteit wordt niet of nauwelijks naar gekeken; evenmin naar de gevolgen op wat langere termijn.
Zijn waarschuwing: ogen niet sluiten voor mensen, bezig met het vergaren van zoveel mogelijk geld en macht in zo kort mogelijke tijd.
Zijn stelling: voor een goed werkende economie moet worden geknokt, m.a.w. de samenleving moet bedrijven op hun verantwoordelijkheden wijzen.
Dr. Lijster houdt een pleidooi om kritisch naar bestaande situaties te kijken en waar mogelijk zo te verbeteren. Zijn adagio: sterke verhalen kunnen de denkwijze/werkelijkheid beïnvloeden.
Beide artikelen waren voor mij aanleiding om De Nederlandsche Bank eens onder de loep te leggen, met name haar houding jegens pensioenfondsen in relatie tot andere categorieën.
– DNB organiseert seminars over pensioenen, maar stelselmatig zonder vertegenwoordigers van gepensioneerden; daarbij het voorbeeld gevend aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die hetzelfde presteerde bij de Nationale Pensioendialoog, (voorjaar 2015);
– zij heeft een alles bepalende rol bij de beoordeling/benoeming van pensioenbestuurders;
– zij heeft de huidige rekenrente systematiek bedacht;
– zij bepaalt hoe aandelen/obligaties/vastgoed moeten worden gewaardeerd;
– haar oud-directeur Henk Brouwer, was tot zijn aftreden voorzitter Raad van Bestuur ABP;
– oud directeur toezicht pensioenfondsen Kellermann sprak in een forum in 2012 in het blad van DNB als een feit uit, dat oude en gepensioneerde werknemers te weinig premie zouden hebben betaald en ging daarbij voorbij aan de (door de Kamers goedgekeurde) verlaging van de in de CAO overeengekomen pensioenpremie, waardoor ABP in de jaren 80 zo’n 32 miljard gulden misliep en waar in de jaren 90 nog eens 25 miljard gulden onttrokken werd aan het ABP voor de vorming van een VUT-fonds;
– op 21 april 2016 riepen DNB/AFM op tot het correct en voldoende informeren van de deelnemers aan pensioenfondsen over verwachte ontwikkelingen. Je zou verwachten dat DNB dan ook haar verwachtingen over ontwikkelingen dienaangaande voldoende en CORRECT aan de kamer zou presenteren. Daar heeft de kamer recht op. Immers DNB wordt de hoedster genoemd van ons financiële systeem, dus inclusief pensioenfondsen.
In dit verband wil ik wijzen op het feit dat de ECB (waarvan DNB deel uitmaakt) elke maand momenteel 100 miljard euro stopt in het opkopen van riskante obligaties en aandelen van banken, zodat de president van DNB (Klaas Knot) recentelijk triomfantelijk kon meedelen, dat de bankensector er aanzienlijk beter voor staat dan een jaar geleden. Gezien het voorgaande vind ik die opmerking verwerpelijk. De banken worden gewoon gered met geld van de EU en dat wordt gepresenteerd als het stimuleren van de economie. Persoonlijk noem ik dat het verrijken van de rijksten, ten koste van de goegemeente.
Verder bevreemdt het mij uitermate, dat pas nadat de Panama papers zijn gepubliceerd, DNB komt met de opmerking, dat het toch bijzonder is, dat trustfondsen van alle ruim 900.000 gemelde verdachte transacties slechts ca. 250 door deze categorie is ingebracht en thans wenst zij te weten hoe dit zit. Pikant is dat een hoge medewerkster van DNB die toezicht moest houden op de trustsector zich tegelijkertijd gedurende jaren verhuurde als exclusieve sm-meesteres en pas in 2014 werd ontslagen, nadat zij door een blad (Quote) als zodanig werd ontmaskerd. Of het een met het ander te maken heeft, kunnen we slechts vermoeden, maar werpt wel vragen op over de werkwijze DNB jegens deze trustkantoren. Wat een verschil met de benadering van pensioenfondsen, waar direct gedreigd wordt met kortingen bij het niet behalen van de zgn. beleidsdekkingsgraad, terwijl bijvoorbeeld in het jaarverslag van ABP vraagtekens worden gezet bij de correlatie van 50% tussen zakelijke waarden en de rente, kortom een zeer gevoelig punt.
Het in 2007 door DNB gedane voorstel aangaande de rekenrente systematiek (toen nog marktwerking) heeft inmiddels elk contact met de werkelijkheid verloren en toch persisteert DNB in haar opvattingen. Zij laadt daarmee de verdenking op zich met dubbele agenda te werken. Die verdenking wordt versterkt door de constatering dat het laatst overeengekomen Cao-akkoord voor overheidsambtenaren werd goedgekeurd terwijl bekend was, dat zulks ten koste zou gaan van de vermogenspositie van het ABP. In mijn ogen heeft DNB zich daarmee gediskwalificeerd als onafhankelijke instelling; zodra de overheid belanghebbende is, wordt er met een andere maat gemeten dan wanneer de dekkingsgraad van pensioenfondsen onder het gewenste minimum komt, ook al is dat een gevolg van dat overheidshandelen. In die situatie moeten er direct maatregelen worden genomen in de uitkeringsfeer, dus wie zijn het kind van de rekening? Of beoogt DNB onrust bij de uitkeringsgerechtigden te creëren, aldus ruimte biedend aan banken en verzekeraars om deze lucratieve markt te betreden onder het mom van het redden van de in de problemen komende kleine pensioenfondsen. De eerste aanbieder (Aegon) heeft zich daartoe bereid verklaard en DNB heeft daarin bewilligd. Niet zo lang geleden verkeerde Aegon zelf in de financiële problemen. Het verwondert mij in hoge mate dat pers en media totaal geen oog (interesse) lijken te hebben voor de discrepantie tussen dat wat DNB beoogt en de realiteit, alsmede voor deze dubbelhartigheid, terwijl het boekje ‘ Negentien mythes en onwaarheden over onze pensioenen’ van Rob de Brouwer, zonneklaar een aantal feilen van het huidige – door DNB opgelegde – systeem aantoont. ( noot redactie: Er is inmiddels een nieuwe versie met de titel 21 mythes en onwaarheden… ) Jammer, dat er kennelijk geen Henk Hoflands meer bestaan, die het aandurven om heilige huisjes te bekritiseren, ook al komt dat aan de wortels van hun bestaanszekerheid. Grote vraag: wie controleert nu de controleur op zijn intenties en doelstellingen?
Unquote
Bedenk wel dat ons voortdurend wordt voorgehouden dat we volgens de democratische spelregels moeten handelen. Wat men vergeten is daarbij te vermelden is dat de stand op het scorebord dan al 10 – 0 is voor de andere partij. Dus handelen we binnen het raam van de grondwet en maken gebruik van de vrijheid van meningsuiting.

Stop bangmakerij over pensioenopbouw met doorsneepremie

Opinie                                                              10 april 2018

De doorsneepremie houdt in dat jonge en oude werknemers hetzelfde premiepercentage betalen over hun pensioengrondslag voor dezelfde pensioenopbouw. Een redelijk en acceptabel systeem, zo blijkt uit onze berekeningen.

Het kabinet meent dat door de doorsneepremie de jongeren voor dezelfde pensioenopbouw meer zouden betalen dan de ouderen omdat de betaalde premie langer rente kan opbrengen, waardoor de jongeren de ouderen zouden subsidiëren. Een degressieve pensioenopbouw zou daarvoor de oplossing zijn. Het kabinet maakt zich sterk in de regeringsverklaring om daarom het systeem van de doorsneepremie af te schaffen.

De vraag is echter of die uitgesproken mening over de doorsneepremie wel juist is.

Pensioenopbouw is een vorm van sparen, waarmee wij een pensioenvermogen opbouwen en in de laatste fase van ons leven dat weer opeten. Wij hebben dit tijdelijk toevertrouwd aan een fonds ,maar daarmee is het nog steeds ons economisch eigendom. De Hoge Raad heeft dit in een arrest van 3 februari 2012 nog eens expliciet vastgesteld.

Stel dat wij gedurende veertig jaar, van ons 25ste tot ons 65ste, een pensioenpremie van €5000 jaarlijks aan het fonds ter beschikking stellen, dan zijn niet alleen de betaalde premies van ons, in totaal €200.000. Ook het daarop gemaakte rendement blijft van ons, ook al laten wij het in beheer van het pensioenfonds, die het in het algemeen beter kan beleggen dan wij zelf kunnen.

Onze grote pensioenfondsen maken jaarlijks na aftrek van kosten gemiddeld minstens 5% nettorendement. Het pensioenvermogen is dan na veertig jaar aangegroeid tot circa €630.000, een hele berg dus. Wij hebben naast onze premie in contanten dus nog circa €430.000 gespaard, geld dat we in het fonds hebben laten ‘zitten’. Dit zijn verborgen besparingen. Wanneer we dit jaar voor jaar bekijken, dan hebben we dus in het eerste jaar €5000 betaald, maar in het tweede jaar €5000 plus €250, rekening houdend met het rendement over de reeds belegde €5000.

Zo gaat dat jaar na jaar door. Omdat het pensioenvermogen steeds groter wordt, wordt ook het rendement daarop steeds meer en in het laatste jaar voor pensionering is dat opgelopen tot ongeveer €35.000. In het laatste jaar betalen we dan dus eigenlijk een slordige €40.000. De mening dat de doorsneepremie ook een gelijke jaarlijkse inleg impliceert, kan dus bestempeld worden als flauwekul. Ouderen betalen, als we het verborgen rendement meetellen, altijd meer dan jongeren.

Een tweede vraag is dan of aan het eind van de rit bij ons overlijden er nog geld is overgebleven of dat onze rekening rood staat”. In het eerste geval wordt dat geld niet teruggegeven aan de erven, maar valt het toe aan het fonds, dus aan de jongere generaties. Bij rood staan aan het eind van de rit, worden de jongere generaties opgescheept met een onbetaalde rekening.

Onze berekeningen, gepubliceerd op de website Me Judice van 8 maart, suggereren dat bij een gemiddeld nettorendement van 5% per deelnemer er enige tonnen per persoon in het fonds achterblijven. De dreiging dat ouderen het fonds ‘uitvreten’ ten koste van volgende generaties, lijkt dus niet erg reëel.

In plaats van de gezondheid van een fonds af te meten aan de dekkingsgraad, op basis van een arbitraire discontovoet, is het veel verstandiger projecties te maken van de ontwikkeling van het pensioenvermogen over het leven. Daarbij gaat het niet alleen om het gemiddeld rendement, maar ook om tijdig signaleren of ‘rood staan’ dreigt. Hier ligt een schone taak voor de beroepsadviseurs, die met meer verfijnde modellen meer gedetailleerde analyses kunnen maken.

Een en ander hangt natuurlijk af van de premiehoogte, het opbouwpercentage, en het gemaakte rendement. Er zijn wel degelijk scenario’s waarbij ‘uitvreten’ een reële mogelijkheid is. Bij de huidige premiepercentages, opbouw en rendementen, lijkt dit echter bangmakerij die niet met feiten kan worden onderbouwd.

Houd dus op met die onzin.

Drs.H.B.S.Hemmers is wis- en natuurkundige en oud-medewerker bij Thales Nederland. Prof.dr. B.M.S. van Praag is emeritus universiteitshoogleraar Toegepaste Economie aan de UvA en is door de Nederlandse Bond Pensioenbelangen gekandideerd voor het Verantwoordingsorgaan van het ABP.

 

Wat gaat​ er mis met de dekkingsgraad berekening !

Pensioenfondsen maken jaar op  jaar een rendement van 7%  en toch een dekkingsgraad van rond de 100 ! Wat gaat er mis ?

Als we naar de persoonlijke pensioendossiers gaan kijken, kan er een andere kijk op de dekkingsgraad komen. De  premie  die per persoon wordt betaald  komt in de collectieve pot, maar staan ook in het persoonlijke dossier en daar vinden wij ook de opbouw van het pensioen. Met deze twee gegevens en het jaarlijks rendement en ook de jaarlijkse indexatie kunnen we gaan rekenen, we komen dan aan het opgebouwde  vermogen en het pensioen.

Een voorbeeldje:   40 jaar   a 3000  loon =  600 premie  ( 50 p. mnd )   levert  een pensioen  van  160  p.mnd   en bij een gemiddeld rendement  van 7%  blijft er  let wel 300.000  in de pot  achter  en  als we  nu  maar 6% maken  blijft  er  200.000  achter  in de pot , maar dat is  toch altijd nog heel veel .

Door de 7% rendement, is er een fors vermogen gevormd  en de uitkering is ook leuk opgelopen, maar als wij deze twee getallen tegen elkaar afzetten in een percentage, komen we  aan een 2.4% pensioen ten opzichte van het vermogen .

We stoppen met  premie betaling en krijgen nu pensioen, dan zien we, het vermogen blijft a 7% renderen en er gaat elke jaar het pensioen ​á​ 2.4% vanaf, het vermogen blijft doorgroeien. Als het pensioen stopt door overlijden is er dus nog een groot vermogen over in het pensioendossier en dit gaat naar de grote pot en wordt over de deelnemers van het fonds verdeeld. Met deze jaarlijkse donatie groeit het vermogen van de deelnemers​.​ Zo komen ze met het beleggen jaarlijks met weer aan de 7%?  Dus is een structureel hoog jaarlijks rendement  .

Dan is het toch vreemd om met   1%  te rekenen !

Het is wel verklaarbaar dat het niet gezien wordt,  er is geen verantwoording in de boeken van deze verschuiving, daar het zich in de grote pensioenpot afspeelt en er geen persoonlijk vermogen wordt uitgesplitst.  Een aanwijzing kan zijn dat het  gemiddeld vermogen van de deelnemers sinds 2007 flink gestegen is!

Herstel deze boekhoudkundige fout en de fondsen hebben een dekkingsgraad van 200, of is het nog meer ?

​Frans van Groeningen​

Het Nederlandse pensioenstelsel gaat aan solidariteit ten onder

Het Nederlandse pensioenstelsel noemt men een kapitaaldekkingssysteem ter vorming vermogen voor degenen die met pensioen gaan. Het is gebaseerd op solidariteit tussen de generaties. Nederland kent circa 250 pensioenfondsen, waarvan een twintigtal zeer grote fondsen. Een manco in het systeem is dat er hier en daar sprake is van perverse solidariteit, zoals overmatige solidariteit van laagbetaalden met hoogbetaalden en jongeren met ouderen. Deze perversiteiten zijn decennialang in allerlei toonaarden bezongen, maar even lang is er vanuit de politiek niets aan gedaan.

Pensioenroof

Eind negentiger jaren heb ik me gebogen over disrupties die zich in de Nederlandse pensioensector voordoen. Ik publiceerde daarover artikelen en het boek ‘Risico als obsessie’ in 2010. Over dat boek is nogal wat te doen geweest, tot aan een Tweede Kamer Hoorzitting aan toe met een tiental Kamerleden in het Tweede Kamer gebouw. De probleemstelling van het boek was: hoe komt het dat de gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen vanaf 1990 terugliep van circa 230 naar 160 in 2000. Dit ondanks het feit dat gedurende de jaren negentig rendementen gerealiseerd werden die hun weerga niet kenden. Vanuit dat perspectief had de dekkingsgraad mogelijk richting 300 moeten gaan. Maar zoals gezegd, de dekkingsgraad daalde fors. Ik duidde er onder andere op dat dit niet kwam door een almaar dalende rente want in de jaren negentig werd nog gerekend met een vaste rekenrente van 4%. Een belangrijke oorzaak – naast een viertal andere factoren – was de inkrimping van de pensioenfondsbuffers door premiekortingen, premie holidays, rechten toekennen waar geen adequate premie voor geheven was en emissierestanten die in het pensioenfonds waren gedeponeerd. Kortom er was met pensioengeld gestrooid. We begrepen niet dat de buffers nodig waren voor slechte tijden. En die kwamen met de ICT crisis van 2001 en de kredietcrisis van 2008. De uitholling mocht niet berekend worden, maar schattingen kwamen uit op zo’n 150 miljard euro. Sommigen noemden de uitholling van de fondsen pensioenroof. Het stelsel dat gebaseerd is op solidariteit en vertrouwen, was de dupe geworden van een evident gebrek daaraan. Het is nooit meer echt goed gekomen met het Nederlandse pensioensysteem. Na 2008 waren de beleggingsrendementen prima, de vermogens steigerden, maar pensionado’s moeten op een houtje bijten. Zij worden gekort, ze krijgen geen prijsindexatie of ze hebben steeds het Zwaard van Damocles boven hun oude hoofden. Ze begrijpen het niet: de rendementen zijn toch goed? En de fondsen bulken toch van het geld? “Ja dat klopt, het systeem zit krom in elkaar, maar we laten het zo.”

Nationaal Pensioendebat

TV journalist Cees Grimbergen trekt zich het lot van deze mensen aan en geeft in een zevental afleveringen van het programma Zwarte Zwanen een overzicht van wat er allemaal mis is, vooral gezien vanuit deelnemers van de fondsen. Soms vliegt hij een tikkeltje uit de bocht, maar ik moet hem nageven dat als hij zich vastbijt, hij niet meer loslaat. Hij legt de vinger fors op de zere plek en die plek luidt de pensioendeelnemers. In het Nationaal Pensioendebat van 14 mei 2018 brengt hij een samenvatting van de malheur. In dat debat worden pensioen bobo’s geconfronteerd met deelnemers. Grimbergen lardeert het debat met cijfers en shots van interviews. Het is een hilarische en onthutsende ontmoeting. De bobo’s gaan op een genante manier onderuit. Ik noem slechts een paar conclusies: het Nederlandse pensioenstelsel is ontransparant en misleidend. Daar waar pensionado’s gekort worden gaan pensioenbobo’s over de top qua inkomens en qua stapeling van functies. Pensioenwetenschappers volgen dit gedrag gretig. Pensioenuitvoerders maken flagrante fouten in uitkeringen zonder excuses te maken. Pensioenfondsbobo’s weigeren een pensionado in het gelijk te stellen maar worden daartoe gedwongen na het verliezen van een rechtzaak. Deelnemers moeten meer premie betalen maar ontvangen minder uitkeringen. Pensionado’s worden niet serieus genomen. Ze vormen geen machtsfactor dus laat ze maar kletsen. Het stelsel is gebaseerd op solidariteit en vertrouwen, maar van degenen die dit het hardst roepen, de pensioenbobo’s van de grote fondsen, komt de minste solidariteit. Zij vullen hun zakken, terwijl pensionado’s achter het net vissen. Aldus het Nationaal Pensioendebat.

Het Pensioenmanifest

Ex bakker Peter Borgdorff, sinds jaar en dag directeur van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (!), voorheen PGGM, werd tijdens het Nationaal Pensionaal Pensioendebat beticht van een hoog salaris en functiestapeling. Het traditionele argument “we moeten wel zoveel betalen, want anders vertrekken ze”, gaat hier niet op. Deze functionarissen kunnen niet in het buitenland terecht en het aantal pensioenbobo functies voor grote fondsen zijn schaars. Old boys network is aan de orde. Borgdorff bond deelnemers van de fondsen steeds op het hart ‘vertrouwen’ te hebben maar lijkt het zelf aan z’n laars te lappen. Overigens is Borgdorff dezelfde fijnbesnaarde persoon die mij voor en na de Hoorzitting 2010 een haatemail stuurde, zoals ook vermeld in ‘De Pensioenmythe’, Martin Pikaart, 2011. Hatemail is geen uitzondering in deze sector. Grimbergen kreeg het zwaar te verduren na de uizendingen, ‘dit heb ik nog nooit’ meegemaakt’ zegt Grimbergen. Zo zijn mensen blijkbaar…. Omroep Max kwam met Het Pensioenmanifest, 70.000 keer ondertekend per eind mei 2018:

  1. Betaal redelijke beloningen
  2. Wees open over afspraken en fouten
  3. Zorg voor eerlijk en onafhankelijk toezicht
  4. Maak heldere en overzichtelijke pensioenregelingen
  5. Stop met foute beleggingen

Opvallend is de al twee decennia durende inertie van de Nederlandse politiek om iets aan de ellende te doen. Men is als het bekende konijn kijkend in de koplampen van de aansnellende auto. Netspar produceert al jaren varianten van dezelfde rapporten. Ze weten dat er niets mee gedaan wordt, maar ze worden er prima voor betaald, dus ‘u vraagt, wij draaien’, op rekening van pensioendeelnemers. Deelnemers zijn extreem ontevreden. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd. Het systeem al lang failliet. Het faalt, maar wordt gehandhaafd. Dit is Kafkaësk! Dit leert mij ten eerste dat een systeem dat functionarissen op het spek bindt het zeer lastig krijgt. Ten tweede, solidariteit bestaat slechts in een bescheiden kring rondom het individu. Lieden die de mond vol hebben van solidariteit, empathie en vertrouwen dienen gewantrouwd te worden. Het zijn veelal kreten om anderen te paaien. Ze worden niet opgevolgd door eigen daden. Eigen belang prevaleert. Vindt u dat we solidair moeten zijn met anderen? Okay, maar laat u mij eerst eens zien hoe solidair u zelf bent. Ik ben me gewaar geworden dat empathie en solidariteit veelal flinterdunne en vluchtige gevoelens zijn buiten de kring van directe naasten.

Wat maakt pensionado’s gelukkig?

Wat is het uitgangspunt bij het Nederlandse pensioensysteem? Dat is het welzijn van onze ouderen. De vraag is wat willen de deelnemers? Wat maakt hen gelukkig? We hebben veel te lang gedacht: wat is verstandig voor hen. Dat beslissen wij voor hen. Maar dat maakt hen niet gelukkig. De focus dient dus verlegd te worden naar wat hen gelukkig maakt. Wat zij willen gaan we doen. We moeten de realiteit onder ogen zien en een stelsel maken dat voldoet aan: simpel en begrijpelijk voor iedereen, lage kosten qua vermogensbeheer, grip op eigen geld. Mijn oplossing luidt als volgt.

  1. Erken dat het huidige pensioensysteem niet meer voldoet. Er is onvoldoende solidariteit en vertrouwen. Het is te complex. Het is te pervers. Het is te krom;
  2. Deelnemers willen een eigen pensioenrekening. Breek het systeem op en geef ieder wat hem of haar toekomt in eigendom via een persoonlijke rekening. Leer van de ervaringen van de PPI’s en API’s en borduur daarop voort;
  3. Deelnemers mogen pas over hun pensioenvermogen beschikken bij pensionering;
  4. Beleg het vermogen collectief in inflatiegerelateerde staatsleningen tijdens arbeidzame periode en tijdens pensionering; hiermee komt ook de discussie rond verplichtstelling te vervallen;
  5. Bij overlijden voor de vervaldatum van de obligaties valt het vermogen toe aan erfgenamen.

Deze casus is te meer zo interessant omdat het model staat voor onze maatschappij. We hebben veel te lang gedacht: wat is verstandig voor hen, de burgers. Maar dat maakt hen niet gelukkig. De focus dient dus verlegd te worden. Wat voor ons pensioensysteem in het klein geldt, geldt in feite voor onze hele maatschappij.

Frits Bosch

Auteur van ‘Wereld op een keerpunt’

 

PENSIOENDISCUSSIE ROEPT MEER VRAGEN OP DAN WORDEN BEANTWOORD.

Een van onze relaties plaatste in 2013 het onderstaande artikel en bleek een vooruitziende blik te hebben. De vraag is nu of dit over weer 5 jaar nog steeds hetzelfde zou moeten zijn.

 

PENSIOENDISCUSSIE ROEPT MEER VRAGEN OP DAN WORDEN BEANTWOORD.

Tijdens en na het bereiken van het pensioenakkoord is in Nederland een enorme discussie over de effecten ervan losgebroken. In eerste instantie roept die discussie meer vragen op dan zij beantwoordt. De politieke tegenstanders stellen dat het kabinet (Jetta Klijnsma) vals heeft gespeeld, door de inhoud van het nieuwe akkoord pas naar de Kamer te sturen, nadat het akkoord was bereikt. Het Centraal Planbureau stelt dat het akkoord slecht is voor jongeren en wakkert daarmee de strijd tussen de generaties weer aan. Terwijl de vijf partijen die het akkoord hebben gesloten menen dat het resultaat juist positief uitvalt voor jongeren. Zij gaan immers langer werken, waardoor de pensioenopbouw kan toenemen. Het Sociaal Cultureel Planbureau op zijn beurt vindt dat er geen arme ouderen meer bestaan, want vrijwel iedereen heeft naast de AOW een aanvullend pensioen. Ook dit planbureau wakkert daarmee opnieuw de strijd tussen generaties aan. Dat gebeurde ook al dit voorjaar.

Daarnaast worden redelijk dwaze argumenten door beide Planbureaus gebruikt. Enkele voorbeelden. Het CPB stelt dat een toenemend aantal ZZP-ers minder pensioen kan opbouwen. Dat is onjuist. Zelfstandig werkende ICT-, organisatie- en management adviseurs kunnen bij een pensioenverzekeraar een passend pensioen afsluiten. Alleen ze moeten dat wel willen betalen en ervan uitgaan dat zij niet altijd door de markt worden ingezet. Zij hanteren andere tarieven dan een bedrijf een ‘gewone’ medewerker betaalt. Zij nemen dus zelf een zeker risico. Laat duidelijk zijn het is een vrijwillige keuze. Het CPB stelt ook onomwonden dat jongeren gaan betalen voor oudere gepensioneerden, dus de huidige zeg 65/66 plus generatie. Dat is een buitengewoon vreemd argument. Immers voor wie hebben die ouderen dan zelf dertig of veertig jaar premie betaald (net als hun werkgevers)? Ouderen is altijd voorgehouden dat zij zowel zelf en de werkgever premie betaalden voor ‘uitgesteld loon’, te weten hun eigen pensioen. Voor de goede orde: de ouderen van nu zonder eigen huis of vermogen, zijn vrijwel volledig afhankelijk van dat uitgesteld inkomen voor hun toekomst. En wat zien we? Bijna 100 pensioenfondsen hebben in 2012 en 2013 al moeten korten, omdat de ‘dekkingsgraad’(de norm voor toekomstige verplichtingen), onder 105 was gedaald, door de extreem lage lange (reken)rente.

Wat zien we nog meer: bij de meeste fondsen is de laatste jaren nauwelijks meer geïndexeerd. Prijscompensatie voor niet-vermogende ouderen is al jaren niet meer aan de orde. Verder hebben zowel de Staat (kabinet Kok 1) en grotere bedrijven (o.a. Philips) in de jaren negentig een beroep op de pensioenfondsen gedaan om hun vermogenspositie te versterken. Zo zijn miljarden ‘uitgesteld inkomen’ van de medewerkers ontvreemd! En voor de goede orde nooit terugbetaald.

Dat korten op pensioenen is wellicht in 2014 voor zo’n 40 pensioenfondsen weer nodig.

Daarvan maken het CPB en SCP geen melding in hun commentaar, dus zij maken zich schuldig aan een eenzijdige benadering.

Het SCP maakt het helemaal bont als men stelt dat elke oudere over een aanvullend pensioen beschikt. Maar het SCP geeft geen beeld van de omvang daarvan. Uit de spreekuren van de FNV blijkt dat veel ouderen een zeer beperkt aanvullend pensioen ontvangen. De echte handarbeiders beschikken los van de AOW over een (aanvullend) pensioen van gemiddeld 800 tot 1200 (bruto) euro per jaar. En omdat zij in de jaren vijftig en zestig soms ook werkloos waren, beslaat hun pensioenopbouw niet altijd een periode van 40 jaar. Tenslotte kunnen jongeren nu het pensioenakkoord er is in de komende periode aanvullende verzekeringen sluiten. Voor ouderen is de bestaande situatie niet meer te veranderen.

Dat geheel plaatsen we tegen de al jarenlang heersende opvatting dat het Nederlandse pensioenstelsel tot de beste ter wereld behoort en dat we spreken over een totaal vermogen van ruim 1100 miljard euro. De beurskoersen zijn het laatste halfjaar met ca. 40 punten gestegen (AEX juni 345, de laatste weken tussen de 385 en 395). Daarnaast stijgt de rente. Je zou dus mogen verwachten dat korten van pensioenen is uitgesloten.

Temeer daar staatssecretaris Klijnsma toen zij met haar college Weekers enkele maanden geleden het nieuwe pensioenvoorstel in de Eerste Kamer verdedigde om de haverklap stelde ‘dat korten in 2014 niet nodig is’.

Kortom, de huidige discussie is vergeven van onjuistheden en onduidelijkheden. Het kabinet heeft geen fraai nieuw stelsel neergelegd, maar gewoon 3 miljard aan middelen binnen gehaald. Het heeft geen inhoudelijk doortimmerd en toekomstbestendig pensioenbeleid neergelegd en met de politiek uitonderhandeld, maar velen met een kluitje in het riet gestuurd. En het kabinet stelt onomwonden dat de lonen in 2014 gaan stijgen, omdat de (pensioen)premies zullen dalen. En beide Kamers slikken dat argument kennelijk. Terwijl het kabinet, noch de beide Kamers daarover gaan. Dat maken de besturen van de pensioenfondsen uit. Die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers (lees vakbonden). Veel van die fondsen hikken nog steeds aan tegen problemen met die bewuste dekkingsgraad. En vooral de blijvend lage rente. Dat betekent dat de fondsen niet staan te trappelen om de premies te laten dalen. Dan komt immers het spook van korten op de huidige pensioenen weer om de hoek kijken. En daarvan maken beide Planbureaus in hun kritiek op het huidige akkoord geen melding. Dat ouderen gemakkelijke slachtoffer zijn van niet-indexeren en erger nog korten, komt in hun benadering ook niet voor.

Want ouderen vormen een gemakkelijke doelgroep: zij komen niet massaal in verzet en hun vakbonden doen voor deze doelgroep ook weinig. Het zou het kabinet sieren als zij deze groep, net als de chronisch zieken en gehandicapten in elk geval van een inkomen voorziet dat hen in staat stelt ook boven 65/66 jaar een normaal leven te leiden. Want deze groeiende groep beziet tandenknarsend alle berichten in de pers over toenemende fraude in dit land. De laatste cijfers: ca. 13 miljard per jaar!

Vic Kerkhoff,
Oud-voorzitter Lokaal Overlegplatform FNV Bondgenoten ZO Nederland.

Impasse over het pensioen

Onderhandelaars zoeken naar dé meesterzet om stelsel te moderniseren
Na bijna tien jaar praten over modernisering van ons pensioenstelsel zijn werkgevers en vakbonden nog geen steek verder. Ondertussen lopen de kosten op en leveren de pensionado’s in.
PEET VOGELS

Vorige week verliep de zoveelste deadline voor het pensioenoverleg, weer zonder resultaat. Deskundigen zijn somber over de kans dat er alsnog een compromis komt.

Een broedende kip moet je niet storen. Die tegelwijsheid uiten vakbonden en werkgevers als ze gevraagd wordt waarom er nog geen advies is voor een nieuw pensioenstelsel. Maar zit die kip wel ergens op te broeden?

Zorgvuldigheid gaat boven snelheid is er nog zo een. Maar wat betekent dat nog als er al jaren over een nieuw stelsel gesproken wordt? ,,Eigenlijk al vanaf 2009. Toen werd er in de Stichting van de Arbeid een pensioenakkoord afgesproken”, zegt Bas Jacobs, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit.

Dat er lang gepraat wordt, is begrijpelijk. Het Nederlands pensioenstelsel wordt internationaal geroemd als een van de beste zo niet het beste pensioensysteem ter wereld. Nergens hebben ouderen zo’n goed inkomen en is er zo weinig armoede onder ouderen als in Nederland. Zo’n stelsel zet je niet zo maar even overboord.

Vertrouwen
Toch moet dat wel gebeuren, vinden politiek, werkgevers en diverse deskundigen. Het vertrouwen in het stelsel is flink gedaald, omdat pensioenen al jarenlang in koopkracht achteruit gaan. En het groeiend leger zzp’ers heeft al helemaal geen toegang tot het pensioenstelsel.

,,Het huidige stelsel is veel te ingewikkeld. Het moet simpeler”, zegt hoogleraar risicomanagement Theo Kocken. ,,We moeten toe naar individuele potjes. Bovendien is er in het huidige stelsel constant de discussie of jongeren voor ouderen betalen of juist omgekeerd. Daar kom je niet uit.”

,,Het huidige pensioencontract is incompleet”, vult Jacobs aan. ,,Niemand weet wat hij betaalt en wat hij krijgt. Iedereen denkt dat hij te veel betaalt en te weinig krijgt. Dat tast het vertrouwen in het stelsel aan.”

Als iedereen zijn eigen potje heeft, is het duidelijk wat je pensioenvermogen is. Bovendien kun je een potje meenemen als je van baan verandert. Een voordeel voor zzp’ers die vaak van opdrachtgever wisselen.

Maar juist die individuele potjes liggen moeilijk bij de vakbeweging. De angst is dat het tot een onzeker pensioen leidt. Want wat gebeurt er als de beurs instort net voor je met pensioen gaat? Dan zit er ineens veel minder in je pot.

,,Wat wij zien op bijeenkomsten is dat vooral ouderen willen dat de koopkracht van het pensioen wordt gegarandeerd. Jongeren willen vooral dat de AOW-leeftijd en daarmee de pensioenleeftijd verlaagd wordt”, zegt een woordvoerder van de FNV. ,,Wij willen een pensioencontract dat beter presteert op het gebied van koopkracht en dat collectief is.”

Die opstelling leidt tot moeizame gesprekken in de SER, het adviesorgaan voor de regering waar over het pensioenadvies wordt gesproken. Over het overleg willen werkgevers en vakbonden niets zeggen. ,,We zijn nog steeds constructief met elkaar in gesprek”, laat werkgeversvereniging VNO-NCW weten. ,,Wij laten de kip broeden.”

Kocken heeft de hoop opgegeven dat er nog een gezamenlijk advies komt. Ook Jacobs is somber. ,,De vakbonden hebben zich ingegraven.” De hoogleraar vreest dat vakbonden het niet kunnen uitleggen aan hun leden als ze voor het nieuwe pensioenstelsel stemmen.

Rekening
Tegelijkertijd heeft Jacobs wel begrip voor de moeizame onderhandelingen. ,,In het huidige systeem zit een grote onbetaalde rekening, omdat jongeren minder pensioen krijgen voor hun premie-inleg en ouderen juist meer. Maar ook omdat er te weinig geld is om de pensioenen aan te passen aan de inflatie. Terwijl deelnemers daar wel op rekenen. Als er naar een ander stelsel wordt gegaan moet die rekening ineens worden betaald.”

Die rekening kan wel eens 50 miljard euro of meer bedragen. En de vraag is wie dat gaat betalen. De sociale partners kijken nadrukkelijk naar de overheid. Die wil immers een ander stelsel, dus moeten ze er ook maar voor betalen. De overheid heeft tot nu toe echter geen krimp gegeven. ,,Het is bijna niet te doen dat de overheid niet bijdraagt”, zegt Jacobs over de impasse.

Een probleem voor minister Koolmees van Sociale Zaken is dat hij niet over de pensioenen gaat. Dat is een arbeidsvoorwaarde en daar gaan vakbonden en werkgevers over. Dat betekent niet dat hij machteloos aan de kant staat. ,,De minister kan de wet zo aanpassen dat het huidige stelsel onhoudbaar wordt”, zegt Kocken. Dat kan door aan fiscale knoppen te draaien. ,,En hij kan iets doen aan de AOW-leeftijd.”

Jacobs wijst nog op andere mogelijkheden. ,,De pensioenafspraken staan in de cao en die moet algemeen verbindend verklaard worden door de minister. De politiek heeft dus het laatste woord over de afspraken.” En anders is er nog het paardenmiddel dat de pensioenplicht wordt afgeschaft. Nu zijn werknemers in de meeste bedrijven nog verplicht lid van een pensioenfonds. Dat zou het hele stelsel opblazen.

Pensioenen, hoe worden jong en oud belazerd?

De bekende publicist Ad Broere heeft nog eens uit de doeken gedaan hoe wij met zijn allen belazerd worden rondom de pensioenen. Veronruste Ouderen vindt het belangrijk dat dit geluid breed verspreid wordt, en is daarom blij dat dit verhaal hier met toestemming gepubliceerd mag worden.

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is het grootste pensioenfonds van Nederland. Volgens eigen informatie had het ABP eind 2014 opgeteld aan waarde van de beleggingen (vooral aandelen en obligaties) en aan liquide middelen een belegde reserve van € 347 miljard tot zijn beschikking.

Deze € 347 miljard is bestemd voor de uitbetaling van aanvullende pensioenen aan gepensioneerden van nu en in de toekomst. De totale verplichting die het ABP eind 2014 had bedroeg -ruim gerekend- eind 2014 € 214 miljard.

Als het ABP aan het einde van 2014 zou zijn gestopt en aan alle lopende verplichtingen zou hebben voldaan dan zou er aan het eind van de rit minimaal € 133 miljard resteren.

Niemand kan hier aanspraak op maken, want de pensioenpremies die door de werkgever namens de pensioengerechtigde worden afgedragen aan het pensioenfonds komen in een ‘collectieve pot’ terecht. Er is geen verband tussen wat in de pot zit en individuen. Een pensioengerechtigde kan daarom niet meer geld claimen, dan wat hem of haar door het pensioenfonds is toegezegd.

Tekening 1
(c) Animercial

Pensioenfondsen beleggen het premiegeld en maken daarop rente (rendement). Als die rente hoger is dan de rente waarmee in de toezegging wordt gerekend, dan ontstaat er een verschil tussen het geld dat in de belegde reserve zit en het totaal aan verplichtingen. Bij het ABP ging het eind 2014 om € 133 miljard, want de rente (het rendement) was over de afgelopen dertig jaar aanzienlijk hoger dan de rente waarmee werd gerekend.
Tekening 2
(c) Animercial

Je zou zeggen dat het pensioen van de pensioengerechtigden aardig zou kunnen worden geïndexeerd als er zoveel geld overblijft nadat aan alle verplichtingen is voldaan. Niet dus, volgens De Nederlandse Bank (DNB). Er is geen geld over, stelt DNB, er is een tekort. In de media wordt geschreven over een te lage dekkingsgraad.
Hoe kan die te lage dekkingsgraad zijn ontstaan?

Tekening 3
(c) Animercial

De eerste tekening illustreerde de situatie bij het ABP per eind 2014. De tijd gaat echter verder en er komen nieuwe gepensioneerden bij en de pensioengerechtigden die nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt, bouwen hun pensioen nog (verder) op. De werkgever draagt premies af (in de verhouding van ongeveer 3 door de werkgever en 1 door de werknemer) en het pensioenfonds boekt rente (rendement) op de belegde premies.

Door onder andere het verplicht hanteren van de huidige rekenrente, is een hoge buffer nodig. Wij zijn met u van mening dat de huidige nominale systematiek niet deugt. Daarom bepleiten we al vele jaren af te stappen van een regeling waarbij de rekenrente zo’n dominante rol vervult.

Pensioenfonds Zorg en Welzijn

De Nederlandse Bank (DNB) stelt echter dat de rente (rendement) die pensioenfondsen boeken over de lange termijn gemiddeld niet meer dan 2% per jaar zou zijn. Dit is geheel in strijd met het beleggingsresultaat van de pensioenfondsen in de afgelopen decennia tot en met 2017, dat tussen 7 en 8% gemiddeld per jaar heeft bedragen. Omdat DNB echter ‘prudent’ beleid voert, stelt men dat 2% moet worden gehanteerd. Het zou consequent zijn om dan ook de werkgevers aanzienlijk meer premie te laten afdragen, maar nee, dat doen ‘we’ niet, want dan zouden de loonkosten te veel stijgen en dat is slecht voor de concurrentie en voor het budget van de grootste werkgever van Nederland: de overheid…
Het probleem wordt opgelost door de € 133 miljard die er meer in de ABP pot zat dan nodig was voor het nakomen van de verplichtingen te laten ‘uitvloeien’ naar de toekomst toe (zie tekening 3). En dan is er nog een -kunstmatig- tekort.

Tekening 4
(c) Animercial

Stel, als De Nederlandse Bank gelijk zou hebben en de (verre) toekomst er voor de beleggingen van de pensioenfondsen heel somber uitziet, dan is het nog ‘not done’ om het theoretische dekkingstekort op te vullen met geld dat aan de pensioengerechtigden wordt onthouden, die ervoor hebben gespaard. De redenering van DNB leidt ertoe dat de aanvullende pensioenen tot in lengte van jaren niet zullen worden geïndexeerd. Tegelijkertijd worden de werkgevers ontzien en dat is zeer tegenstrijdig als DNB tegelijkertijd verklaart dat het loonaandeel in het Bruto Binnenlands Product (de som van de geldwaarde van alles wat er in Nederland wordt geproduceerd) is afgenomen en het winstdeel juist is toegenomen.
DNB legt de grootste druk op de zwakste schouders en wil zich niet verantwoorden voor dit beleid. Intussen loopt de koopkracht van een groot deel van de ouderen steeds verder terug. Ondanks de steeds terugkerende verhalen over ‘rijke’ oudjes, die veel geld op de bank hebben staan. Dit geldt slechts voor een klein deel van de ouderen. Het grootste deel is toe aan een (stevige) indexering van het aanvullende pensioen en de jongeren aan een realistische aanpak.

De rol van de overheid is bij de verbetering van de bovengenoemde pijnpunten niet meer dan die van een van de werkgevers. Weliswaar de grootste, maar dat geeft de overheid niet het recht om sturend op te treden. Aanvullende pensioenen zijn een zaak van werkgevers en WERKNEMERS. Het lijkt erop dat dit over het hoofd wordt gezien. De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten hebben een toezichthoudende rol. Dat De Nederlandse Bank die rol opvat als een die het recht geeft om op hun beurt eveneens sturend op te treden is een vergissing. Bovendien is De Nederlandse Bank een niet-zelfstandig onderdeel van de Europese Centrale Bank en eigenlijk niet de aangewezen instelling om toezicht te houden op zaken die Nederlandse werkgevers en Nederlandse werknemers in onderling overleg met elkaar moeten uitzoeken. Een Sociaal Economische Raad voor de aanvullende pensioenen, die objectief advies geeft aan werkgevers en werknemers – niet aan de overheid – zou passender zijn.

© Ad Broere, econoom

Weeffout zorgt voor pensioenstorm in 2020

RTL Nieuws van 20 augustus 2016, 09:00 Leo Witkamp

De komende jaren een te lage pensioenpremie vragen en in 2020 de rekening bij gepensioneerden neerleggen. Ook word je net opgebouwde pensioen gehalveerd. Dat kan niet, denk je? Zonder ingrijpen is dat wél wat er gaat gebeuren.

De oorzaak van dit pensioendrama is een weeffout het financieel toetsingskader (FTK) dat lange termijn uitgangspunten laat botsen met een korte termijn afrekening.

Herstelplan

Pensioenverlagingen hangen vanaf volgend jaar als donkere wolken boven ons hoofd. In de praktijk zijn deze verlagingen niet meer dan enkele tienden van procenten per jaar. Bij een oplopende dekkingsgraad (een paar procent is al voldoende) kunnen de verlagingen jaarlijks ook weer worden stopgezet. Daarom noemen we ze voorwaardelijk.

Een fonds moet de pensioenen verlagen als het niet in het herstelplan kan aantonen dat binnen 10 jaar de vereiste buffers opgebouwd kunnen worden. Zolang de dekkingsgraad maar hoger is dan circa 90% (dit is de zogenaamde kritische dekkingsgraad), lukt dat wel. De verwachte beleggingsopbrengsten voor de komende 10 jaar zijn namelijk aanzienlijk hoger dan de lage rekenrente waarmee de pensioenverplichtingen en dus de dekkingsgraad wordt berekend. Dit komt onder meer omdat er in aandelen wordt belegd. Zo zitten de herstelplannen in elkaar. Op deze manier wordt recht gedaan aan de lange termijn waarop pensioenfondsen beleggen.

Pensioenstorm in 2020

In het FTK is ook vastgelegd dat een pensioenfonds niet langer dan vijf jaren achtereen een dekkingsgraad mag hebben van minder dan 105%. Is dat wel zo, dan moeten de pensioenen in één keer worden verlaagd en wel zoveel dat direct een dekkingsgraad van 105% wordt bereikt. Deze verlagingen mogen worden gespreid over 10 jaar en zijn onvoorwaardelijk: ze kunnen dus niet worden stopgezet als het beter gaat.

Bij een dekkingsgraad van 90% moeten de pensioenen in deze situatie met ruim 14% worden verlaagd om op 105% te komen. Dus 10 jaar lang, elk jaar 1,4% eraf. Ook als het beter gaat. Voor veel pensioenfondsen zal deze situatie zich in 2020 gaan voor doen. Dat zijn geen dreigende donkere wolken meer, maar is een heuse pensioenstorm! Het lange termijn denken stopt in 2020. Een dekkingsgraad van 90% of 100% die vorig jaar, vandaag en ook de komende jaren verantwoord is, is dat in 2020 plots niet meer. Dan moet de dekkingsgraad 105% zijn. Dat is vreemd en de gevolgen zullen dramatisch zijn.

Lage premie ten koste van de dekkingsgraad

Voor de vaststelling van de pensioenpremie mogen pensioenfondsen uitgaan van het op lange termijn verwachte rendement, als ze maar rekening houden met inflatie. Per saldo wordt de pensioenpremie berekend met een rente van zo’n 3%. Dat is fors hoger dan de circa 1% rente die gebruikt moet worden voor de berekening van de verplichtingen en dus van de dekkingsgraad van een fonds. Hierdoor ligt de prijs die voor nieuwe pensioenopbouw wordt betaald veel lager dan het bedrag dat voor datzelfde pensioen aan de verplichtingen wordt toegevoegd. Deze verhouding tussen de feitelijke premie en het benodigde bedrag voor de verplichtingen noemen we de premiedekkingsgraad. De premie kan zomaar de helft te laag zijn (een premiedekkingsgraad van 50%). Dit kost (een standaard pensioenfonds) ruwweg 1% dekkingsgraad per jaar. In 2020 kan dat veel uitmaken voor de hoogte van de onvoorwaardelijke pensioenverlaging.

Wie betaalt de rekening?

Als pensioenfondsen hun financiële positie de komende jaren niet verbeteren, zal er in 2020 flink verlaagd moeten worden. Als dat op een evenwichtige manier gebeurt (en dat is verplicht!), dan ligt een gelijke verlaging voor iedereen niet voor de hand. Het is dan eerlijker om de premiebetalers van vandaag te laten betalen voor de verlaging van de dekkingsgraad, voor zover die het gevolg is van een ‘te lage’ premie. Dat komt erop neer dat hun vanaf 2016 opgebouwde pensioen gehalveerd wordt. Dat is nogal wat. We kunnen niet tot 2020 wachten dat te vertellen. Pensioenfondsen moeten daar nu al over nadenken, besluiten nemen en communiceren.

Natuurlijk zullen er ook tegengeluiden zijn: “Ja, maar gepensioneerden krijgen ook volledig uitgekeerd als de dekkingsgraad 90% is. Daar moet dan ook rekening mee gehouden worden.“ Los van het feit dat dit gerommel in de marge is, is het ook niet terecht. Gepensioneerden profiteren immers ook niet van een dekkingsgraad van 105% of zelfs 110%, dus laten we het daar maar niet over hebben.

De oplossing

Een oplossing om deze pensioendrama’s te voorkomen lijkt ingewikkeld, maar is eenvoudig:

1) Laat de 5-jaarseis van 105% los en

2) stel een minimum aan de premiedekkingsgraad van 90% (dit komt overeen met de kritische dekkingsgraad).

Met deze maatregelen is een evenredige pensioenverlaging ook evenwichtig. Ze doen bovendien recht aan de lange termijn horizon van pensioenfondsen en maken de weeffout ongedaan.

Leo Witkamp is actuaris en werkt bij MPD, de uitvoerder van pensioenfonds PNO Media. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Wetsvoorstel 50PLUS: laatste poging om pensioenkortingen te voorkomen!

50PLUS 2e kamerlid Martin van Rooijen heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend waarmee dreigende pensioenkortingen voorkomen moeten worden. Als er niets gebeurt dan is de kans groot dat in 2020 en 2021 gekort moet worden op de pensioenrechten van vele miljoenen Nederlanders, zowel van hen die nog werken als van hen die al met pensioen zijn. Dit komt omdat de dekkingsgraad van veel pensioenfondsen al jaren onder het vereiste minimumniveau zit. En na 5 jaar moet dan onvoorwaardelijk en onomkeerbaar gekort worden.

Deze dreigende korting komt niet omdat pensioenfondsen er zo slecht voorstaan, in tegendeel, pensioenfondsen zijn rijker dan ooit tevoren. Ook op deze website hebben we als Verontruste Ouderen meer dan eens gewezen op het beleid van de ECB dat met zijn opkoopprogramma ervoor zorgt dat de marktrente historisch gezien uitzonderlijk laag is. En pensioenfondsen zijn als gevolg van de wet (het Financieel Toetsings- Kader) gedwongen om hun toekomstige verplichtingen te berekenen aan de hand van deze veel te lage rente. Het werkelijk behaalde rendement telt daarbij niet. Zie ook ons verhaal hierover op deze site.

Het wetsvoorstel van Martin van Rooijen behelst nu om voorlopig een bodem van slechts 2% in die rekenrente te leggen. Pensioenfondsen mogen dan met minimaal 2% rekenen om hun toekomstige verplichtingen te bepalen. En alhoewel 2% nog steeds niet in verhouding staat tot de werkelijk behaalde rendementen, is dit percentage toch voldoende om de dekkingsgraad van de meeste fondsen zoveel te laten stijgen dat korting voor nu afgewend wordt.

Meer informatie over het wetsvoorstel vindt u op de site van 50PLUS:
https://www.50pluspartij.nl/actueel/1964-wetsvoorstel-50plus-kortingen-pensioen
Lees ook een redactioneel artikel in het AD hierover:
50Plus zet pensioendiscussie op scherp
En ook Loon voor Later schenkt hier aandacht aan:
50PLUS: verhoog de rekenrente, dan is korten op pensioen niet nodig

Een initiatief wetsvoorstel betekent dat politieke partijen allerlei vragen die ze hierover hebben richten aan de initiatiefnemer, hier dus 50PLUSser Martin van Rooijen. Deze vragen en de antwoorden erop worden dan verzameld in een openbaar 2e kamer stuk, geheten “Nota naar aanleiding van verslag”. En alhoewel het taaie kost is, is het misschien toch goed om de vragen en antwoorden eens te bestuderen. VO vindt het schokkend te moeten ervaren dat er zoveel onbenul heerst bij de politieke partijen ten aanzien van ons pensioenstelsel. De nota kunt u hier downloaden:
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2017D23994