Aan de bestuursvoorzitter van het ABP

Van de heer Bezema ontvingen we bijgaand zijn klacht aangaande schofferende behandeling door mw. Beuken.

Aan de bestuursvoorzitter
van het
Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

Groningen, 8 juni 2019

De niet inhoudelijke reactie van de Algemeen Directeur van het ABP is voor mij aanleiding tot het volgende:

1. In mijn schrijven van 21 april 2019 heb ik gewezen op de tekst van artikel 126, waar is bepaald, dat de technische voorzieningen moeten worden berekend op basis van marktwaardering.
Mw. Beuken verklaart dat het ABP niet in strijd handelt met de Pensioenwet, zonder te verwijzen naar enig artikel wat die keuzevrijheid rechtvaardigt. Zij gaat voorbij aan het feit, dat het ABP als uitvoerder van de PW de eerstverantwoordelijke is voor een juiste toepassing van die wet.
2. Door het niet juist toepassen van de PW lijden de crediteuren van het ABP grote schade, oplopend tot 16 % alleen al in 2018, naast de toepasselijke wettelijke rente.
3. Mijn betoog steunt onder meer op de Handelingen van de Tweede Kamer 2016/2017, 34606 nr. 9, blz. 26 waar DNB laat weten aan de volksvertegenwoordiging dat voor beide berekeningen (premievaststelling en berekening verplichtingen) dezelfde maatstaf dient te worden gebruikt.
4. In diezelfde Handelingen meldt DNB dat de pensioenpremie te laag is en dat jaarlijks miljarden worden onttrokken aan het vermogen, bestemd voor gepensioneerden en slapers.
5. Op pagina 27 schat het ministerie SZW het vermogensverlies t/m 2021 op € 70 mrd, wat (volgens dit ministerie) gelijk staat aan een verlaging van de dekkingsgraad met ca. 6%.
6. Uit het voorgaande blijkt dat van een evenwichtige belangenbehartiging door het ABP geen sprake is. Zij handelt daarmee in strijd met een van haar bestaansredenen.
7. Door het niet inhoudelijk ingaan op klachten, maar integendeel slechts met algemeenheden te komen, vestigt het ABP de indruk, dat er inderdaad meer aan de hand is. Zij handelt daarmee in strijd met artikel 48 van de PW, om duidelijke en evenwichtige informatie te verstrekken, terwijl ook DNB wil dat open en transparant met de deelnemers wordt gecommuniceerd.
Toch apart, dat DNB – waarnaar het ABP zo graag verwijst als zijnde richtinggevende instantie – hier kennelijk niet behoeft te worden gevolgd.

Zoals het er nu voor staat acht ik uw behandeling een schoffering van een crediteur, die wil weten, waarom het ABP is afgeweken van de Pensioenwet.
Mocht het ABP van mening zijn, dat die wet wel degelijk juist wordt toegepast, dan verneem ik graag waar zulks in die wet staat.
Ooit (2004) ontving het ABP (dhr. Frijns) een prestigieuze prijs, omdat zij het meest transparante pensioenfonds was van West Europa.
Daar is thans – wat mij betreft – nog een wereld te winnen en ik verlang/eis dan ook een inhoudelijke reactie.
Op voorhand verspreid ik dit schrijven aan derden.

Jur Bezema

De overheid houdt zich niet aan de Pensioenwet

Een bijdrage van Frits Schuurman verzonden aan Trouw.

De overheid houdt zich niet aan de Pensioenwet

Volgens de Pensioenwet moeten pensioenfondsen hun pensioenverplichtingen op basis van marktwaardering berekenen. Vermogensrendement kan daarbij niet onder de mat worden geveegd. De overheid laat echter marktrente/swaprente voorschrijven. Sinds 1-4-2019 is die 1,1%. Bij marktrente blijft het hoge rendement van pensioenfondsen van gemiddeld 6 tot 7% buiten beeld.

Ook schrijft de Pensioenwet voor dat door werkgevers en werknemers een kostendekkende pensioenpremie wordt betaald. Sinds 2015 betaalt de overheid aan het ABP geen kostendekkende premie meer. Een deel van het vermogensrendement wordt nu wel bij premieberekening meegeteld. Daardoor kon de premie met zo’n 25% worden verlaagd.

Met een rekenrente van 2,8% heeft de overheid ongeveer € 10 miljard aan ‘gedempte premie’ bespaard.

Daarmee hadden de pensioenen van de gepensioneerde ambtenaren moeten worden geïndexeerd. Dit volgens een ministeriële toezegging bij privatisering van het ABP.

We zien hier bijwerkingen van een ‘coalitiestaat met zwijgcultuur’. Die schendt heimelijk de Pensioenwet, meet met twee maten en komt toezeggingen niet na. In een behoorlijke rechtsstaat gebeurt dit niet.

Waalre,  1 juni 2019

Frits Schuurman (voormalig hoofd arbeidsvoorwaarden van de gemeente Eindhoven)

Van het ABP en de reactie van J.Perton

Hieronder vindt u een schrijven van het ABP als reactie op vragen van de heer Perton, en vervolgens de reactie van de heer Perton op het ABP.

Op 13-5-2019 om 11:05 schreef ABP:
Reactie op uw mail van 24 april 2019

Geachte heer Perton,
Met excuses dat u lang heeft moeten wachten op antwoord, reageer ik graag alsnog puntsgewijs op de door uw geponeerde stellingen.
Stelling 1
Laat ik vooropstellen dat wij ons zeer bewust zijn van de moeilijke omstandigheden waarin het ABP pensioenfonds zich bevindt en de consequenties die dat heeft voor onze deelnemers. Ik begrijp dan ook uw teleurstelling over het feit dat wij de afgelopen jaren de pensioenen niet hebben kunnen indexeren. Ik ben het echter niet eens met de bewering dat ABP de berekening voor de dekkingsgraad ofwel de Pensioenwet onjuist toepast. Zoals u weet, houdt De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht op de pensioenfondsen. Daarnaast wil ik er op wijzen dat een onafhankelijke externe accountant en actuaris de jaarrekeningen certificeren en hier geen opmerkingen over maken.
Stelling 2
Het is de taak van het ABP bestuur om binnen de afgesproken regeling de verschillende belangen zorgvuldig en op een evenwichtige manier af te wegen. Zodat de lusten en lasten zo eerlijk mogelijk over alle groepen deelnemers en werkgevers verdeeld worden.
Stelling 3
Zoals u weet heeft de bankencrises een vermogensterugval veroorzaakt. Deze vermogensterugval is ruimschoots goedgemaakt. Maar de dekkingsgraad heeft daar niet van geprofiteerd, omdat de marktrente sindsdien flink gedaald is (en anders dan het vermogen niet is “teruggeveerd”).
Stelling 4
In de discussie over het vernieuwd Nederlands pensioenstelsel vindt ABP het belangrijk dat collectiviteit en solidariteit behouden blijft. Door samen (collectief) te sparen blijft het pensioen betaalbaar. ABP wil dat het goede van het huidige systeem behouden wordt en het systeem wordt aangepast op punten waardoor het beter aansluit op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en de samenleving. Voor ABP gaat dat in de richting van een Persoonlijk Pensioen met Bescherming. Dat is niet noodzakelijkerwijs een individuele pensioenpot (en zeker niet als die gepaard gaat met minder bescherming, ofwel solidariteit).
Stelling 5
De discussie over het pensioenstelsel is complex en gaat over meerdere onderdelen, waarvan de rekenrente er slechts één is. ABP wil het gehele pensioenstelsel aanpassen en niet alleen dat ene onderdeel ter discussie stellen. We willen dat indexatie dichterbij komt. En er moet ruimte zijn voor een persoonlijk pensioen met meer keuzes voor deelnemers. Een collectieve pensioenregeling waarin deelnemers risico’s met elkaar blijven delen. Anders gezegd: een pensioen met meer inzicht, meer maatwerk en meer keuzes voor de mensen. Daar hebben we een ander pensioenstelsel voor nodig.

Ik hoop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,

mevrouw drs. N.J.M. Beuken
algemeen directeur ABP


Aan het Bestuur van het ABP
t.a.v. mevr. Beuken
HEERLEN

Bunde (D), 24 mei 2019

Geachte mevrouw,

Ik dank u voor uw antwoord op mijn mail van 24 april 2019.

Als eenvoudige gepensioneerde wil ik hier graag op reageren en begin daarom met een samenvatting van mijn waarnemingen. Mochten daar onjuistheden in staan dan verneem ik dat graag van u. Ik merk hierbij op dat in de onderhavige materie vaker onjuistheden worden geventileerd zeker als dat betrokkenen goed uitkomt.

INLEIDING

Nederland is een rechtsstaat waar wetten op een democratische wijze tot stand komen. Vervolgens dient iedereen deze wetten te respecteren en na te leven. Op deze manier zijn er ook wetten tot stand gebracht voor de pensioenen. In de loop van vele tientallen jaren is ons pensioenstelsel uitgegroeid tot één der besten zo niet het allerbeste van de wereld. Een pensioenstelsel gebaseerd op drie pijlers: de A.O.W., aanvullende pensioenopbouw via de werkgever en aanvullende individuele pensioenverzekeringen. De solidariteit in ons pensioenstelsel is daarbij van groot belang. Het ABP heeft bewezen ondanks de bankencrisis, de kredietcrisis, uitstekende rendementen te behalen. Rendementen waar de grootste Amerikaanse belegger Warren Buffet met waardering naar zal kijken.

Het blijkt dat de pensioenmaterie zeer ingewikkeld is en de belangstelling daarvoor onder jongeren zeer gering is en deze belangstelling toeneemt naarmate een pensionering in zicht komt.

Op dit moment groeit de ontevredenheid onder de deelnemers aan het ABP. Ik heb daar in mijn mail over geschreven. Deze ontevredenheid heeft geleid tot een zeer goed onderbouwde ingebrekestelling van Minister Koolmees door de heer Schuurman.

De beschikbare informatie is in brede kring verspreid. Ik ga er van uit dat u, gezien het belang van deze informatie, hiervan kennis heeft kunnen nemen.

BERICHTGEVING OVER ABP

Na de verzelfstandiging van het ABP, waarbij de rijksoverheid, tevens overheidswerkgever en direct belanghebbende, een greep in de kas heeft gedaan om de rijksbegroting op orde te krijgen moesten andere manieren worden gevonden om middelen uit de kas van het ABP aan te wenden voor doeleinden waarvoor zij niet bestemd zijn. Er verschenen berichten in de pers dat de financiële positie van de pensioenfondsen slecht was en dat er slecht werd gepresteerd. Dit ondanks de uitstekende beleggingsresultaten van het ABP.

Er werd een rookgordijn van negatieve, onjuiste en onvolledige berichtgeving gecreëerd. Deze ingewikkeldheid van de materie gevoegd bij de zeer matige informatieverstrekking leidde ertoe dat een andere waardering van de technische voorzieningen werd ingevoerd. Het Kabinet, de Tweede Kamer, De Nederlandsche Bank en het ABP wisten of wilden niet weten welke funeste gevolgen dit voor de deelnemers aan het ABP zouden hebben. Deze nieuwe, in strijd met de Pensioenwet zijnde, waardering belemmert het ABP een hogere dekkingsgraad te bereiken waardoor al jaren geen indexering van het ABP pensioen heeft plaatsgevonden.

Ernstig is is dat de nieuw ingevoerde waardering in strijd is met de Pensioenwet!

STRIJD MET DE PENSIOENWET.

Door Mr. F. Schuurman is in een uitstekend onderbouwd betoog aangetoond dat hier sprake is van handelen in strijd met de Pensioenwet. De ingebrekestelling door hem van Minister Koolmees is een direct gevolg. Tot nog toe is hierop door Minister Koolmees niet gereageerd. Vragen van andere gepensioneerden werden niet of onvolledig beantwoord. Enkele reacties vanuit de Tweede Kamerfracties tonen aan dat ook daar een onjuist beeld bestaat van wat er werkelijk aan de hand is.

In de Pensioenwet is vastgelegd dat de te betalen premies door de overheidswerkgever en de overheidswerknemer kostendekkend moet zijn. Vastgesteld kan worden dat dat niet het geval is.

De rijksoverheid is als werkgever en tevens als belanghebbende betrokken bij het ABP. Nog steeds wordt niet voldaan aan het betalen van een kostendekkende premie. Een premieverlaging werd afgedwongen om een salarisverhoging van het overheidspersoneel te kunnen realiseren zonder oog te hebben voor de nadelige effecten op de pensioenen van nog werkende en reeds gepensioneerde deelnemers aan het ABP en dit op een moment dat ook toen de financiële positie van het ABP nog steeds als slecht werd beoordeeld.

VERANTWOORDELIJKHEID

De Minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid Minister Koolmees zegt in zijn beantwoording van Kamervragen dat hij zijn beleid voert op basis van feiten. Hij is op de hoogte van het feit dat de huidige waardering in strijd is met de Pensioenwet. Dan zal hij zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en zal hij deze onjuiste handelwijze moeten stopzetten en nadelige gevolgen die dit voor het ABP heeft moeten corrigeren. Tot op heden is er geen reactie van de Minister te bespeuren. Minister Koolmees is van mening dat niet aan individuele knoppen moet worden gedraaid omdat dat leidt tot ongelukken! Hoe komt hij tot deze mening? Is dit omdat hij zoals hij zegt bij zijn beleid uit te gaan van feiten en hij nu het feit heeft vastgesteld dat door wel aan individuele knoppen te draaien bij de waardering van de technische voorzieningen van de pensioenfondsen er ten onrechte een beeld is gecreëerd van een slecht presterende pensioenfondsen? Als feiten voor de Minister zo belangrijk zijn zo dan betekent dat hij zal moeten erkennen dat er sprake is van een handelen in strijd met de Pensioenwet en zal hij moeten erkennen dat het vertrekpunt, de slechte financiële situatie van pensioenfondsen, zal moeten worden gecorrigeerd op basis van een juiste toepassing van de Pensioenwet. Zo niet dan zal hij moeten uitleggen waarom zijn oordeel anders is.

De Tweede Kamer

De Tweede Kamer, die de regering controleert, is tot nu toe nauwelijks in actie gekomen. Ministers en Staatsecretarissen hebben moeten opstappen omdat bonnetjes eerst niet en dan weer wel te vinden waren of omdat ze droomden dat ze in de datsja van Poetin aanwezig waren.

Wat hier aan de hand is veel erger: er wordt bewust gehandeld in strijd met de Pensioenwet. De principes van de rechtsstaat worden aangetast en dat vind ik zorgelijk. Dit moet tot de bodem uitgezocht worden en daarvoor is De Tweede Kamer als eerste aan zet. Het is opvallend dat er tot nu toe nauwelijks vragen over deze onjuiste situatie worden gesteld.

De Nederlandse Bank

De Nederlandse Bank heeft besloten het ABP te verplichten de waardering van de technische voorzieningen te doen plaatsvinden naar de marktrente en niet zoals in de Pensioenwet aangegeven naar marktwaardering. Elke Nederlander en ook De Nederlandse Bank wordt geacht de wet te kennen. Desondanks wordt in strijd met de Pensioenwet gehandeld. Ik constateer dat tot op heden geen enkele reactie van De Nederlandse Bank is waar te nemen. De Nederlandse Bank wordt ook wel de “waakhond” van de pensioenfondsen genoemd. Een goede waakhond zal zijn baas en de aan zijn baas toebehorende eigendommen beschermen echter waakhond De Nederlandse Bank gaat te ver. Hij is zo waaks dat hij zelfs zijn eigen baas niet meer op zijn erf wil hebben. Zo’n waakhond hoort aan de ketting te liggen. Of met andere woorden er zal duidelijk gemaakt moeten worden dat ook De Nederlandse Bank niet tientallen jaren vooruit denkt te weten wat er in de financiële- en pensioenwereld gaat gebeuren. Waakzaamheid is goed maar een waakzaamheid die honderdduizenden deelnemers van de pensioenfondsen op onjuiste gronden ernstige financiële schade berokkent gaat te ver.

HET ABP

Het ABP-bestuur is verplicht de aanwijzingen van De Nederlandse Bank , als toezichthouder, op te volgen. Dat ontslaat het ABP-bestuur echter niet van de verplichting neergelegd in artikel 6.8 van het Statuut Pensioenfonds ABP. Door de in strijd met de Pensioenwet opgestelde richtlijnen van De Nederlandse Bank op te volgen zonder daarbij te wijzen op de negatieve gevolgen voor de deelnemers van het ABP handelt het ABP ook in strijd met de Pensioenwet. De deelnemers van het ABP hadden meer tegengas van het ABP mogen verwachten. In uw onlangs toegezonden Nieuwsbrief van het ABP gaat u in op vragen aan het bestuur. U zegt daarin o.a. dat pensioen onzeker is en blijft. U probeert de gepensioneerden te paaien met “een vernieuwing van het pensioenstelsel kan zorgen voor een grotere kans op indexeren”. De onzekerheid blijft echter ook dan bestaan. De zekerheid voor de pensioenen die door De Nederlandse Bank en het ABP wordt nagestreefd veroorzaakt zeer grote onzekerheid bij uw deelnemers en dragen niet bij aan een rustige oude dag!.

Als u een rechte rug had gehad dan had u ook moeten wijzen op het feit dat onder het huidige pensioenstelsel het ABP heeft bewezen de aan haar opgedragen taak uitstekend aan te kunnen, maar dat door een onjuiste toepassing van dezelfde Pensioenwet de verhoudingen op de pensioenbalans volledig zijn scheefgetrokken met alle desastreuze gevolgen van dien. Tegelijkertijd had u kunnen zeggen dat u zich inzet voor een juiste toepassing van de Pensioenwet om zo met terugwerkende kracht de Pensioenbalans te herstellen om vervolgens te beoordelen of indexatie terecht achterwege is gebleven! Mocht het zo zijn dat u bij uw mening blijft dat “de huidige situatie niet is uit te leggen” dan zijn er genoeg deskundigen te vinden die dat wel kunnen.

Na deze samenvatting volgt hier mijn reactie op uw mail van 13 mei 2019.

U zegt mijn teleurstelling, over het feit dat het ABP de afgelopen jaren de pensioenen niet heeft kunnen indexeren, te begrijpen. Geachte mevr. Beuken, ik heb nergens het woord teleurstelling gebruikt! Het gaat veel verder dan teleurstelling. Veel deelnemers aan het ABP voelen zich belazerd door wat zich bij de verzelfstandiging van het ABP heeft afgespeeld en wat zich nu nog steeds afspeelt: benadeling van het ABP en haar deelnemers door de rijksoverheid die telkens haar eigen belang boven het belang van de deelnemers van het ABP stelt.

U zegt dat ik stellingen heb geponeerd. Ik vind dat ik vragen heb geformuleerd op basis van hetgeen mij uit informatie op het internet is gebleken. Maar goed, ik reageer op uw stellingen waarbij opnieuw vragen opkomen die om beantwoording vragen.

Stelling 1

U zegt dat het ABP zich er van bewust is dat het ABP pensioenfonds zich in moeilijke omstandigheden bevindt. Geeft u daarmee aan dat u het eens bent met de door het Kabinet, De Nederlandse Bank en sommige deskundigen verspreide negatieve berichtgeving over de financiële positie van het ABP?

Blijft u dezelfde mening toegedaan na kennisneming van de onderbouwde ingebrekestelling van Minister Koolmees door de heer Schuurman?

Bent u het eens dat het ABP niet heeft gecommuniceerd met de deelnemers van het ABP dat de steeds verkondigde slechte financiële situatie van het ABP geen gevolg is van een slecht presteren maar hoofdzakelijk een gevolg is van de, in strijd met de Pensioenwet, gewijzigde waarderingsregels waardoor het ABP niet in staat is, ondanks de uitstekende beleggingsresultaten, een hogere dekkingsgraad te bereiken?

Zei uw bestuursvoorzitter niet dat zij een bijdrage wil leveren aan goede en eerlijke communicatie met de deelnemers?

Heeft het ABP-bestuur deze negatieve effecten onderkend en zo ja kan het ABP-bestuur aantonen dat zij zich verzet heeft tegen de gewijzigde waarderingsregels van De Nederlandse Bank?

Uw opmerking over de accountant en de externe actuaris vindt ik niet ter zake doende. Beoordeeld wordt of de jaarrekening conform de geldende regels is opgesteld. Er wordt naar mijn mening daarbij niet gekeken waar die regels vandaan komen en of ze voldoen aan de wet. In dit verband verwijs ik naar een interview van 23 augustus 2010 in het FD met DNB-bestuurder mevr. Kellerman. Zij uit daar kritiek op pensioenfondsen die in een aantal gevallen, met medeweten van accountants en actuarissen de waarde van beleggingen te hoog hadden ingeschat. Wie is er nog te vertrouwen?

Stelling 2

U geeft geen antwoord op de vraag. Van de zijde van De Nederlandse Bank is gezegd dat er straks geen pensioen meer is voor de jongeren. Dergelijke uitspraken vergiftigen de sfeer, vertroebelen het beeld, veroorzaken onrust en dragen niet bij aan het oplossen van eventuele problemen.

Natuurlijk is het de taak van het ABP om binnen de afgesproken regeling de verschillende belangen zorgvuldig en op een evenwichtige manier af te wegen. Het gaat om belangen van nog werkende en reeds gepensioneerde deelnemers en niet om belangen van De Nederlandse Bank en de rijksoverheid. Uw taakomschrijving is hierover volstrekt helder.

Waarom neemt u niet duidelijk afstand van een dergelijke uitspraak van De Nederlandse Bank? Op zijn minst had het ABP-bestuur nadere uitleg kunnen vragen waarop deze uitspraak is gebaseerd om vervolgens open en eerlijk naar de deelnemers te communiceren!

Een andere uitspraak van De Nederlandse Bank waar de gepensioneerden zeer verontwaardigd over zijn is de mededeling dat “de huidige gepensioneerden” te weinig premie hebben betaald, zonder verdere onderbouwing. Het ABP-bestuur bepaalt jaarlijks welke premie, die kostendekkend moet zijn, betaald moet worden. Als voor andere belangen van de rijksoverheid jaarlijks miljarden te weinig worden betaald als overheidswerkgever dan zou het De Nederlandse Bank sieren ook dit te vermelden!

Als u deze mededeling van De Nederlandse Bank deelt dan horen de gepensioneerden dat graag van u en zo niet dan verwachten zij een duidelijk stellingname richting De Nederlandse Bank!

Stelling 3

Ik ben blij dat de vermogensterugval door de bankencrisis ruimschoots is goedgemaakt. Dat geeft aan dat er, zoals wordt gesuggereerd, geen sprake is van een slecht presteren van het ABP. Heeft het ABP-bestuur De Nederlandse Bank gewezen op het feit dat de door hen gedane mededeling onjuist is?

Heeft het ABP-bestuur onderkend dat de door De Nederlandse Bank voorgeschreven waardering naar een marktrente zeer negatief uitwerkt op de bepaling van de dekkingsgraad?

Is het ABP-bestuur van mening dat waardering naar marktrente hetzelfde is als waardering naar de marktwaarde en zo niet wat heeft het ABP-bestuur ondernomen richting De Nederlandse Bank?

Deelt het ABP-bestuur de mening dat de te hanteren marktrente niet wordt bepaald door de markt maar een direct gevolg is van het door de ECB gevoerde beleid?

Minister Koolmees zegt dat hij een voorstander is van marktwaardering aan beide zijden van de pensioenbalans. De Pensioenwet schrijft dit ook voor echter er worden verschillende percentages gebruikt waardoor de verplichtingen aanmerkelijk hoger uitvallen waardoor de behaalde rendementen daar niet tegen opwegen en dus de dekkingsgraad nauwelijks stijgt.

Vindt het ABP-bestuur dit in het belang van de deelnemers aan het ABP?

Stelling 4

Solidariteit en collectiviteit moet inderdaad behouden blijven. Doch direct rijst dan de vraag waarom er voor de nog werkende deelnemers aan het ABP een persoonlijke pensioenpot is opgesteld en niet voor de gepensioneerde deelnemers. In een daarover gestelde vraag wordt door uw voorzitter geantwoord dat “dat alles niet helemaal precies kan worden berekend”.

Is dat echt niet mogelijk? Een nadere uitleg richting de gepensioneerden lijkt mij hier op zijn plaats. Als u dit niet kunt dan zijn er naar mijn mening genoeg deskundigen die dat wel kunnen!

Stelling 5

U geeft geen antwoord op de vraag.

Als drukmiddel om te komen tot een nieuw Pensioenakkoord wordt steeds gewezen op de slechte financiële situatie van de Pensioenfondsen, waaronder het ABP.

Ook De Nederlandse Bank draagt bij aan dit negatieve beeld gelet op de gedane uitspraken.

Een beeld wat, zoals wordt aangetoond door de heer Schuurman, onjuist is en hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door strijdigheid met de Pensioenwet. Naar mijn mening kan en mag dit onjuiste beeld niet worden aangewend als drukmiddel om te komen tot een nieuw Pensioenakkoord!

Eerst moet deze onjuistheid worden gecorrigeerd zodat vervolgens de financiële situatie opnieuw en volgens de in de Pensioenwet opgenomen regels kan worden bepaald. Grote kans dat het negatieve beeld drastisch moet worden bijgesteld.

Er zullen best andere redenen (flexwerkers bijvoorbeeld) zijn die aanpassing van het huidige Pensioenstelsel noodzakelijk maken. De vraag die daarbij beantwoord moet worden is of het dan echt nodig is het gehele stelsel, het beste ter wereld, over hoop te halen.

Eerder is het een politiek probleem.

Ik zie uw antwoord graag tegemoet.
Met vriendelijke groet,
J. Perton